In de badkamer greep ik naar het flesje eau de toilette voor de slotafwerking van het ochtendritueel, maar ik ving bot. Hoewel met de inhoud jarenlang was omgegaan alsof één enkele druppel een kapitaal kostte, was toch de bodem bereikt. Aan alles komt een eind, ook aan een flesje van 30 milliliter geurwater met de zinderende opschriften “Made for Men” en “Not for everybody”. Kennelijk behoor ik volgens de snufjesfabrikant tot een selecte groep mannen die het blauwgroene spul om zich heen mag sproeien. Of misschien is het niet zozeer mógen als wel móeten omdat je anders voor je omgeving niet te harden bent. Gelukkig bespeur ik geen omtrekkende bewegingen van soortgenoten wanneer ik me -en dat is de regel- onbespoten op straat begeef, dus ik veronderstel tenminste op dit punt tamelijk normaal te zijn.
In mijn werkzame leven kwamen er nogal wat mensen over de vloer, bijna altijd mannen, die hun bedrijf kwamen promoten. Eentje zal ik nooit vergeten. Het was een uitgesproken dandy, altijd strak in het pak, keurig geknipt en geschoren en geen haartje dat verkeerd zat. Zo eens in het half jaar kwam hij in een blitse, knalrode Alfa voorrijden en meldde zich op kantoor in een dikke, walmende wolk van parfum die iedereen de adem benam. De productiviteit van de medewerkers die de wolk over zich heen kregen kelderde de rest van de dag dramatisch en de planten op kantoor hadden zowat een week nodig om weer bij te komen. De man was ergens ver weg familie, dus ik kon hem met goed fatsoen niet afpoeieren. Van je familie moet je het immers hebben, zegt men, en met het halfjaarlijkse parfumbombardement viel nog net te leven.
Kijk, deze verre achterachterneef maakte het natuurlijk erg bont, maar dat is toch klein bier vergeleken met wat Cleopatra op het gebied van lichaamsverzorging presteerde. Deze verbluffend schone dame wist Romeinse veldheren om haar pink te winden en te verleiden zodat het Romeinse rijk op zijn grondvesten schudde. Als deze wulpse Egyptische juf in volle glorie uit bad oprees, was je als man verkocht. Dan was ‘nee!’ zeggen geen optie meer. Julius Caesar en Marcus Antonius konden erover meepraten. Nu moet gezegd worden dat deze tante uit de woestijn niet een simpel badje, half gevuld met lauw water kreeg, zoals wij dat plegen te nemen. Neen, Cleopatra’s bad werd zowat dagelijks gevuld met de melk van 700 ezellinnen, dus het personeel moest telkens flink aan de bak. Eerst ging de voltallige keukenbezetting samen met de jongens van de koninklijke stallen de 700 drachtige ezellinnen melken, om vervolgens heel voorzichtig allemaal in een lange rij met een bakje melk naar de badkamer van de bazin te lopen (vooral niet morsen want als de juf slechte zin had, ging je hoofd eraf). Enkele bevoorrechte hofdames mochten vervolgens de melk met een zacht sponsje over Cleopatra’s huidje uitstrijken. Wat zalfjes en heerlijke geurtjes zorgden voor de eindafwerking en de Egyptische beauty was bedrijfsklaar. Het valt allemaal terug te lezen op enkele oude papyrusrollen, voor zover ze tenminste nog leesbaar zijn, en anders moet u me maar geloven.
Cleopatra’s voorbeeld is door onze vrouwen omarmd. Gelukkig voor de portemonnee in sterk gematigde vorm, maar het uitgangspunt blijft hetzelfde. Daarom wilde ik vele jaren geleden mijn geliefde eens verrassen; deze jongen kocht voor haar een fraai gevormd flesje parfum. Het was een oranjerode vloeistof met de veelbelovende naam “Dangerous woman”. Ik zag het al helemaal zitten, maar het flesje staat nu nauwelijks aangeroerd in een vergeten hoekje. De reuk blijkt toch niet je-dat te zijn. De moraal? Ook al doet een man zijn stinkende best, van typische vrouwenzaken moet hij afblijven.
