20 okt 2020VerhalenPieter Knippenberg

Peter Hamans schreef ‘De beul van Bobruisk’ Een portret van oorlogsmisdadiger Hans Loyen uit Horn

Midden Limburg

Lambertus Johannes ‘Hans’ Loyen wordt geboren in 1918 in het Duitse Tönisvorst, een plaatsje in de omgeving van Krefeld. Hij groeit op in Duitsland als zoon van een Duitse moeder en een Nederlandse vader die afkomstig is uit Heythuysen en ooit voor werk met zijn broer naar Duitsland vertrokken is. In 1941 treedt Hans Loyen, naar eigen zeggen onder druk van zijn sociale omgeving, in dienst van de Waffen-SS. Hij wordt kampbewaker in een gevangenenkamp nabij Bobruisk, een plaats in het tegenwoordige Wit-Rusland.

Daar is Loyen medeverantwoordelijk voor 1400 tot 1500 moorden op Joodse gevangenen die afkomstig zijn uit het getto van Warschau.

Aanvankelijk wordt Loyen in 1947 vrijgesproken door het Tribunaal in Amsterdam, waarna hij zich na een kort verblijf bij zijn familie in Heythuysen rond 1950 in Horn vestigt. In Heythuysen werkt hij tijdelijk bij leerlooierij Niessen. In 1976 wordt hij echter opnieuw gearresteerd. Zijn arrestatie laat het dorp in shock achter en betekent de opmaat voor een van de geruchtmakendste naoorlogse processen tegen oorlogsmisdadigers in Nederland.  Loyen wordt eind 1976 door de Bijzondere Strafkamer van de Rechtbank in Roermond veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.

In 1980 weet hij echter te ontsnappen uit de rijkspsychiatrische inrichting in Eindhoven en overlijdt vervolgens na een zelfgekozen aanrijding met een trein. Dit is in een notendop het leven van Hans Loyen dat zeer uitgebreid en gedetailleerd beschreven wordt door freelance journalist en dorpsgenoot Peter Hamans  (Horn 1957) die voor zijn nieuwe boek ‘De beul van Bobruisk’ in de archieven dook en sprak met zijn dorpsgenoten.

Conspiracy of silence

Voordat ik startte met schrijven heb ik met veel mensen in mijn omgeving over Hans Loyen gesproken. Dat was soms een moeizaam proces want lang niet iedereen wilde er over praten. Dat had ik veertig jaar na zijn overlijden niet verwacht. Het blijkt bij velen nog altijd een gevoelig onderwerp te zijn.

‘Doe maar niet’ of ‘noem mijn naam maar niet’, kreeg ik vaker te horen.

Die houding wordt wel eens de ‘conspiracy of silence’  genoemd: negeren of ontkennen als een vorm van zelfbescherming. Ondanks dat ik dus niet altijd medewerking kreeg,heb ik heel erg veel informatie over Hans Loyen kunnen verzamelen waardoor ik een heel goed beeld van deze man heb gekregen wiens leven hier in Horn door werk, drank en voetbal beheerst werd. Verder stond Loyen hier bekend als een hardwerkende alleenstaande vader, die  achteraf gezien, bewust zoveel mogelijk ‘onder de radar’ bleef. Zijn arrestatie moet een drama voor zijn gezin zijn geweest. Veel gegevens over hem kreeg ik door het bestuderen van de rechtbankverslagen en door het lezen van de vaak gruwelijke getuigenverklaringen. Dat mensen zo diep kunnen zinken, houd je eigenlijk voor onmogelijk.”

Dat Hans Loyen uiteindelijk dertig jaar na de oorlog opgepakt wordt, komt door de vasthoudendheid van enkele overlevenden van het kamp bij Bobruisk. Het was maar  een klein kamp bij een grote Duitse legerbasis waarvan het bestaan lang onbekend gebleven is. Deze mensen zijn pas in 1975 in Duitsland gehoord en zij noemden opvallend vaak de naam Loyen als een van de meest gevreesde sadistische bewakers in het kamp. Hij werd van talrijke gruwelijkheden jegens  gevangenen beschuldigd. De bekende  Joods-Oostenrijkse nazi-jager Simon Wiesenthal had hem al in de jaren zestig in het vizier maar

Wiesenthal  ging er vanuit dat Loyen Duitser was en daarom wist hij hem niet te traceren.

 

Waarom schrijf je veertig jaar na de dood van Loyen een boek over hem?

Peter Hamans: “Het boek heb ik eigenlijk om meerdere redenen geschreven. De arrestatie van Loyen maakte destijds een grote indruk op mij. Ik weet het nog heel goed. Het was op mijn verjaardag en vanwege een huiszoeking in Loyens huis werden in Horn met veel machtsvertoon door de politie straten afgezet. Hans Loyen was voor mij ook geen onbekende. Ik herinner hem mij als geen onknappe rijzige man. Een van zijn passies was voetbal en hij stond dan ook regelmatig met zijn typische Duits-Nederlandse tongval het eerste elftal van Horn -waarin ik speelde - aan te moedigen.  Als beginnend journalist was ik ook nog eens aanwezig bij de rechtszaak tegen hem. Verder vind ik het belangrijk dat een dergelijk verhaal niet vergeten wordt; dat zijn we naar mijn mening de slachtoffers verschuldigd. Het valt mij op dat veel jongeren en ook hun ouders in mijn omgeving van het verhaal ‘Loyen’ weinig of geen weet hebben en daar wil ik met dit boek graag verandering in aanbrengen

 

 ‘De beul van Bobruisk – portret van oorlogsmisdadiger Hans Loyen’ verschijnt dit najaar. In het boek komen onder meer Loyens jeugdjaren in Duitsland aan de orde, zijn tijd bij de Waffen-SS en zijn jaren in Limburg waar hij een ogenschijnlijk zorgeloos leven leidde. Het boek schetst ook hoe op hoog niveau achter de schermen maandenlang werd gewerkt aan zijn arrestatie. De daarop volgende verhoren van Loyen door de rijksrecherche komen uitgebreid aan bod evenals de rechtszaak bij de Bijzondere Strafkamer in Roermond en Loyens tragische einde.

'De Beul van Bobruisk - portret van oorlogsmisdadiger Hans Loyen' bevat bijzondere en nog niet eerder gepubliceerde foto’s uit die tijd. Voor meer informatie: www.beulvanbobruisk.nl

 

Een fragment uit ‘De beul van Bobruisk’

De rechtbankpresident laat Loyen een uit 1942 daterende foto van SS-bewakers in Bobruisk zien en vraagt hem: ‘U bent toch die tweede van links?’ Loyen zegt niets maar knikt bevestigend. Pas op het einde van de zitting draait hij zich langzaam om naar het publiek. Zijn ogen speuren de publieke tribune af naar familieleden en bekenden. Snikkend en huilend reageert hij op de misdrijven die de rechtbankpresident hem voorhoudt zoals het doodschieten, ophangen, doodschoppen, verdrinken en levend begraven van Joodse dwangarbeiders. ‘Ik dacht dat het zo hoorde, dat was de nieuwe tijd’, stamelt hij in een mengelmoesje van Duits en Limburgs. 

 

Tekst:  Pieter Knippenberg voor Hallo Magazine