2 nov 2018VerhalenLeon Moonen

Grafmonument Catharina Damen in Heythuysen (De Kreppel)

“Die hadden ze ook wel kunnen houden”. Pastoor Petrus van der Zandt stak zijn teleurstelling duidelijk niet onder stoelen of banken toen zuster Catharina Damen op de stoep van zijn pastorie in Heythuysen stond.

We schrijven het jaar 1825. Het was pastoor Van der Zandt al geruime tijd een doorn in het oog dat de jeugd van Heythuysen doelloos door het dorp rondzwierf.

Of zoals hij het in zijn kroniek schreef: “Ik zag de straten van den morgen tot den avond vol kinderen, zo nadeelig aan de zeden, spelen”.

Nu had hij in zijn tijd als kapelaan in Maaseik de “Masoeurkes van de Trepkes” leren kennen: in  totaal vier niet-gewijde vrouwen die celibatair leefden en o.a. aan de straatjeugd van deze kleine stad catechismus en handwerk onderwezen.

Dat was ook iets voor Heythuysen en de pastoor had de masoeurkes gevraagd om zich te splitsen en twee zusters te sturen om het onderwijs in zijn parochie van de grond te tillen. Slechts ééntje was er gekomen en in de ogen van de pastoor ook nog de minst bekwame. Hoe zijn barse begroeting bij Catharina Damen is overgekomen, is uit de overlevering niet bekend.

Wat de dorpsherder op dat moment in ieder geval niet heeft kunnen bevroeden is dat deze in zijn ogen incapabele zuster hem zal betrekken bij de oprichting van een heuse kloosterorde met uiteindelijk vestigingen over de gehele wereld.

Wie was zij eigenlijk? Catharina Damen of Trienke zoals ze ongetwijfeld op zijn Limburgs werd genoemd, werd in 1787 in Ohé en Laak geboren.

Haar geboortehuis, een eenvoudige woning van een landarbeider, is tegenwoordig nog te bezichtigen. Volgens één van de verhalen werd zij zich bewust van haar definitieve roeping voor een monastiek leven tijdens een groot feest in Maaseik ter ere van het tweede huwelijk van keizer Napoleon met aartshertogin Marie-Louise  van Oostenrijk. Het was na deze dansavond dat zij verzuchtte: “Eens maar nooit meer”.

Haar onverdroten ijver en onwrikbaar geloof viel na een tijdje ook de pastoor op. Na enkele maanden in de pastorie te hebben gewerkt vertrouwde de pastoor Catharina de taak toe, waarvoor ze naar Heythuysen was gekomen: onderricht aan de kinderen.

Maar haar vrome levenswijze trok op den duur ook enkele vrouwen aan, die met haar gingen samenleven.  Behalve lesgeven, verpleegden zij zieken, deden armenhulp en o.a. de kerkewas van Heythuysen en Buggenum.

Een zelfgebouwd huis in het centrum van het dorp was al vlug te klein, want door hun bekendheid kwamen er steeds meer verzoeken om aansluiting.

Haar diep gekoesterde kloosterideaal kwam steeds meer binnen handbereik.Cruciaal was daarbij haar relatie met pastoor Van der Zandt.

Aan zijn belangrijkste doel godsdienstonderwijs voor de jeugd was voldaan. Een kloosterstichting was een heel ander verhaal.

De pastoor heeft dit absoluut niet gezocht, maar de vasthoudendheid van Catharina dreef hem een kant op die hij eigenlijk niet wenste. In zijn kroniek vinden we zinsneden zoals: “ Zij dreef mij, zij praamde mij zelfs” en als hij haar niet kon overtuigen: “Doe dan maar wat ge niet laten kunt”. Het is in ieder geval veelzeggend dat Catharina de plaats waar het nieuwe klooster zou komen bij de Kreppel niet heeft bezichtigd met de pastoor, maar met burgemeester Raetsen. Voor een kloosterstichting was ook de toestemming van het bisdom van Luik nodig, waar in die tijd de parochie Heythuysen onder ressorteerde.

Op kritische vragen van bisschop Van Bommel over de levensvatbaarheid van de onderneming wist Catharina alleen maar te antwoorden: “God zal er in voorzien”. Catharina was geen mooie vrouw en haar intellectuele vermogens werden niet hoog aangeslagen, maar ook de bisschop moest in een brief aan pastoor Van der Zandt erkennen:

“ Ik ontving haar met het vaste besluit haar af te wijzen en toch was ik niet in staat haar te weerstaan”.

En zo toog op 10 mei 1835 Catharina, tien jaar nadat zij in Heythuysen zo onvriendelijk was ontvangen, met enkele gezellinnen naar het vervallen landgoed de Kreppel even buiten het dorp om een klooster te stichten. De rest is geschiedenis. De congregatie die uit dit klooster voortkwam telt thans nog wereldwijd 1400 zusters, waarvan ongeveer 50 in Nederland. Bij het gouden jubileum van de kloosterorde in 1885 werd de stichteres vereerd met een grafmonument. Het middelste paneel meldt dat dit is gebeurd “onder de beproefde leiding van pastoor Van der Zandt”. Dat mogen we dus gerust met een korreltje zout nemen.