19 nov 2021Verhalen

HALLO Historie: De joodse Mariagrot in Reuver

Reuver Midden Limburg

HALLO Magazine maakt even een uitstapje buiten de regio want...Niets nieuws onder de zon als je zo de laatste tijd de berichten leest over hoe Nederland is omgegaan met Afghaanse asielzoekers. Ook eerder in de jaren dertig van de vorige eeuw na de Kristallnacht in Duitsland was Nederland heel zuinigjes in de opvang van Joodse vluchtelingen. Met fatale gevolgen.

In een hoek van de tuin van klooster-verzorgingshuis Oppe Ruiver aan de Karel Doormanlaan in Reuver ligt een bijzondere Mariagrot. Nu stralen plekken van devotie bijna altijd een aangename rust uit, maar deze grot heeft ook een markante geschiedenis.

De Mariagrot met de knielende Bernadette van Lourdes is namelijk niet gemaakt door kloosterzusters maar door joden. Om precies te zijn Duitse joden,

die na de Kristallnacht van november 1938 naar Nederland waren gevlucht en in het Heilig Hartklooster van de zusters Dominicanessen in Reuver, destijds tevens een opvangkamp voor illegale vluchtelingen, tijdelijk werden gehuisvestigd. Tijdens de eerste Hitlerjaren werden de joden in Duitsland vooral 'juridisch getreiterd' met geboden en verboden. Met de door propagandaminister Joseph Goebbels georkestreerde Kristallnacht, de eerste grote geweldsexplosie tegen het joodse bevolkingsgedeelte waarin meer dan duizenden joodse winkels werden vernield en honderden synagogen in brand werden gestoken en zo genoemd vanwege de vele glasscherven op straat, bereikte het antisemitisme van de Nazi’s al voor de oorlog een triest dieptepunt.

Het was een sein voor veel joden om Duitsland te verlaten. De Nederlandse regering was niet genereus met de opvang.

Slechts mondjesmaat werden joodse vluchtelingen legaal toegelaten. Illegalen die in de grensstreek werden opgepakt werden rücksichtslos weer de grens overgejaagd. Voor een illegale vluchteling was het zaak om de joodse organisaties in vooral de grote steden in de Randstad te bereiken, want dan had men een kans niet onmiddellijk teruggestuurd te worden en een asielaanvraag te doen. Overigens wilden de meeste joodse vluchtelingen niet in Nederland blijven, maar emigreren naar Engeland en vooral Amerika.

Van deze illegale vluchtelingen mochten vrouwen en kinderen meestal bij familie of andere joodse gezinnen opgevangen worden. De mannen werden ondergebracht in gesloten kampen, in feite strafinrichtingen. Eén van die opvangkampen was het Heilig Hartklooster in Reuver. In december 1938 werden 130 joodse mannen door het Amsterdamse vluchtelingencomité naar dit klooster annex opvangkamp gestuurd. Ze werden door de zusters Dominicanessen van Reuver uitstekend verzorgd. De vluchtelingen begrepen wel dat ze een lot uit de loterij hadden getrokken, want de behandeling in de andere opvangkampen was beduidend minder.

Door de eigenhandige bouw van een Mariagrot met stenen en sintels van de Reuverse greswarenfabriek Teeuwen, hebben de vluchtelingen hun dankbaarheid jegens de kloosterzusters willen tonen.

Hoewel beslist ook verveling een rol heeft gespeeld, want de vluchtelingen mochten geen enkel contact onderhouden met de buitenwereld. Slechts één keer per week was het toegestaan om, onder politiebegeleiding, een wandeling door Reuver te maken. Maar ondanks de goede opvang van de zusters wilden de meeste vluchtelingen Reuver zo snel mogelijk weer verlaten. Ze schrokken zich namelijk wezenloos toen duidelijk werd dat hun opvangplek amper twee kilometer van de Duitse grens was gelegen. De puike verzorging woog toch niet op tegen de nabijheid van de Hitlertirannie. Om hun verzoek tot overplaatsing extra kracht bij te zetten lieten enkelen hun baard staan en brak er zelfs een heuse staking uit.

Bij het toenemen van de oorlogsdreiging in augustus 1939 werden de vluchtelingen uiteindelijk naar de andere kant van Nederland overgebracht naar een als opvangcentrum ingericht slachthuis in Hoek van Holland en later naar een door de Nederlandse regering speciaal voor de joodse opvang gebouwd barakkenkamp op de Drentse heide. De naam van deze laatste opvanglocatie heeft in Nederland een onheilspellende klank gekregen: Westerbork. In de loop van 1942 turnde de Duitse bezetter dit kamp om tot een 'Judendurchgangslager' naar de vernietigingskampen in het oosten. De ‘Kristalljoden’ kwamen dus opnieuw in de handen van hun Nazibeulen. Dit keer was vluchten niet meer mogelijk. Van de 130 Reuverse joden heeft slechts een handvol de Shoah overleefd. Werner Bloch, één van de overlevenden, heeft op 5 mei 1990 bij de grot een bronzen plaat met inscriptie onthuld.

Vooral de zinsnede:"....voor de opvang en getoonde liefde in een hopeloze tijd...." maakt duidelijk wat een vluchteling eigenlijk doormaakt en waaraan hij behoefte heeft.