24 jun 2020VerhalenLeon Moonen

HALLO Historie De Lankert of Lanterd in Kessel-Eik

Leudal / Peel en Maas

In het boslandschap tussen enerzijds Neer en Roggel en anderzijds Kessel en Helden ligt een bijzonder relict uit de Middeleeuwen verborgen; een zogenaamde landweer. Voordat wordt uitgelegd wat een landweer en diens functie was, eerst even de volgende inleiding. Zoals bekend loopt door dit bosgebied de gemeentegrens van de gemeenten Leudal en Peel en Maas.

Voor de komst van Fransen in 1795, die een einde maakten aan de territoriale versnippering van Limburg, behoorden Kessel en Helden tot het hertogdom Gelre en Roggel en Neer tot het graafschap Horne. Nu wisselde  vooral Gelre nogal eens van heerser en zo zwaaide bijvoorbeeld in de 18de eeuw de koning van Pruisen de scepter over het gebied rond Kessel en Helden. Maar ook Oostenrijk en Spanje hebben het hier in eerdere eeuwen voor het zeggen gehad.

 

Het graafschap Horne vertoonde wat dat betreft meer standvastigheid en viel na de onthoofding van de laatste graaf van Horne bij het begin van de Tachtigjarige Oorlog in 1568 toe aan de Prins-Bisschop van Luik. Er was dus vele eeuwen sprake van een heuse staatsgrens tussen de beide territoria. Waar die grens nu exact lag is evenvele eeuwen een bron van twist geweest. De grens liep namelijk over "gemene" grond, d.w.z. onontgonnen, niet in cultuur gebracht land  waar de  dorpelingen hun vee weidden, turf haalden voor de kachel en heide maaiden voor de potstallen (waarmee het akkerland werd bemest: het klinkt in onze huidige oren ongelooflijk, maar de vroegere landbouw zat "gevangen" in een mesttekort). Het economische belang van deze woeste gronden mag duidelijk zijn en dat  over het eigendom en gebruik tussen de dorpen regelmatig de gemoederen hoog opliepen vind je in het gehele Peelgebied terug. Wat de dorpsruzies in dit geval zo bijzonder maakte, was dat door die staatsgrens dus ook al vlug de heersers er bij werden betrokken, omdat elke verandering hun soevereiniteit raakte.


 


Welnu, ergens in de 14de eeuw legde Willem VI, heer van Horn, aan de noordgrens van zijn heerlijkheid een aarden grenswal aan: een landweer. Met deze verdedigingswal, begroeid met doornig struikgewas en aan beide kanten voorzien van een sloot, kon geen leger worden tegengehouden, maar in veel gevallen wel zwervende soldaten. Dat was ook de bedoeling want volgens een archiefstuk uit die tijd was de landweer bestemd tegen het "inrijden des Heeren vianden van Hoern". Deze vijanden waren vermoedelijk afgedankte troepen uit de Honderdjarige Oorlog van Frankrijk (de oorlog waarin Jeanne d' Arc, de maagd van Orleans, optrad),die met hun plunderingen en veediefstallen het land onveilig maakten. De kilometerslange Lankert liep van de Maas tot aan het zuiden van het Peelgebied bij Meijel en stukken zijn nog herkenbaar in het landschap; het duidelijkst in de bossen bij de Keup in Kessel-Eik. Waar onze Willem geen rekening mee had gehouden was dat ten zuiden van deze Landweer de hertog van Gelre nog weiderechten bezat. Hij was dan ook verplicht om in zijn Landweer een "koegat" aan te leggen, waardoor de herder met zijn kudde kon passeren.

De uiteindelijke grens tussen het graafschap Horne en het hertogdom Gelre kwam in 1657 iets ten zuiden van deze landweer te liggen en werd duidelijk in het landschap gemarkeerd met een droge greppel, die de "Geckengraef" werd genoemd. Over grote delen van het tracé van deze gekke graaf werd in 1857 het Afwateringskanaal gegraven als  afwatering van het peelwater naar de Maas en als waterweg voor de aanvoer van materialen en de afvoer van turf.

Rijdend over de Napoleonsweg van Neer naar Kessel of over de N562 van Roggel naar Helden zoef je tegenwoordig ongemerkt over de oude grens heen.

Dat wil niet zeggen dat de grens helemaal geen betekenis meer heeft. Algemeen wordt ervaren dat dit de scheidslijn is tussen Noord- en Midden-Limburg, zodat Neer en Roggel als Midden-Limburgse en Kessel en Helden als  Noord-Limburgse dorpen gelden.

Maar veel interessanter is de isoglosse of dialectlijn die de dorpen scheidt,

waarbij ten noorden van deze lijn b.v. de liefde wordt verklaard met "Ich hald van dich", terwijl verliefden ten zuiden het houden op "Ich haoj van dich".

 



Leon Moonen, reisverleider naar Geschiedenis www.cliotravel.nl
Met dank aan Dré Hanssen

 

 

 

Maar veel interessanter is de isoglosse of dialectlijn die de dorpen scheidt