28 mei 2020Verhalen

HALLO Historie: Servaaskapel in  Nunhem

Nunhem / Leudal

Bij tegenspoed en ziekten wordt steun gezocht bij heiligen. Vroeger uiteraard meer dan nu en met name door het katholieke smaldeel van de bevolking. In Limburg is bijvoorbeeld Sint Servaas heel populair. Hij geldt als beschermheilige tegen koorts en is bovendien van eigen bodem. In Nunhem heeft Servaas volgens een plaquette bij de kapel in dit dorp “in donk’ren heidennacht” de eerste christenen gedoopt en “ons volk het heil gebracht”.

 

Toen de Spaanse griep een eeuw geleden om zich heen greep, een pandemie die wereldwijd minstens 20 miljoen doden heeft geëist, trok deze Servaaskapel in Nunhem vele gelovigen. Het  Limburgsch Dagblad van 27 november 1918 schreef daar destijds over: "Wellicht is nooit de St. Servaaskapel zoo druk bezocht geworden en wordt er zoo veel water van den St. Servaasput gehaald". De krant had wel "duizend personen op den St. Servaasberg" gezien. En hoewel de krant nog schreef: "Vriendelijk verzoek aan den put niet op te dringen, doch geregeld zijn beurt af te wachten", mag er gevreesd worden dat bij deze virusuitbraak de anderhalve meter Ruttiaanse afstand van onze corona-epidemie niet in acht werd genomen. In hoeverre deze bedevaarten naar de Servaasberg de griep heeft kunnen keren is dan ook zeer de vraag, hoe vurig men ook mag geloven in Roomse mirakelverhalen.

 

Maar ook bij de heilige Sint Servaas zijn vraagtekens te plaatsen. De hamvraag is of hij wel echt heeft bestaan. Het probleem bij Servaas is dat zijn levensverhaal nog al eens werd gebruikt om politiek-godsdienstige redenen. Zo was bisschop Monulfus van Maastricht in de tweede helft van de 6de eeuw op zoek naar een heilige stichter om zijn bisdom meer eerbiedwaardigheid te geven. Hij vond op een oud Romeins grafveld even buiten de stad een grafmonument, waar een verering bestond voor ene Servatius. Volgens de legende uit die tijd, opgeschreven door zijn collega-bisschop Gregorius van Tours, bleef 's winters zijn graf vrij van sneeuw ook al lag deze kniehoog.
 

Op dit graf bouwde de bisschop een gedachteniskapel dat uiteindelijk is uitgegroeid tot onze huidige Servaaskerk. Helemaal bont maakte het de Noord-Franse monnik Jocundus in de 11de eeuw. In die tijd heerste de Investituurstrijd, een twist over wie de bisschoppen mocht benoemen. In de kerk was er een hervormingsbeweging opgestaan, die vond dat dit recht alleen aan de paus toeviel en niet aan de koning of keizer, zoals toen veelal de praktijk was.

De kanunniken van de Servaaskerk waren helemaal niet pausgezind,

want dat kon nog wel eens betekenen dat  ze hun luxe leventje vaarwel moesten zeggen.

Jocundus verzon een list rondom een sleutel die de kanunniken in hun bezit hadden. Hij schreef dat Servaas deze hoogstpersoonlijk van de apostel Petrus, de grondlegger van de kerk, had ontvangen en dat de pausen dus niets hadden te vertellen in Maastricht.

Dat de Hemelse Sleutel waarschijnlijk aan het einde van de 9de eeuw in de traditie van de Karolingische Renaissance en ver na het heengaan van Servaas is gegoten, ach een kniesoor die daar op lette. De sleutel wordt nog altijd bewaard in de schatkamer van de Sint Servaasbasiliek te Maastricht. Het schijnt dat de sleutel akkers kan zuiveren van ratten- en muizenplagen. In de 12de eeuw schreef Hendrik van Veldeke 'Het leven van Sint Servaas' niet in het Latijn maar in de volkstaal.

Deze biografie wordt daarom algemeen beschouwd als het eerste epos in de Nederlandse taal. Het werk wordt ook geprezen om de nieuwe elementen zoals het oog dat de dichter heeft voor de natuur. Echter, hij dichtte dit levensverhaal in opdracht van de graven van Loon en dat verklaart de lof die wordt toegezwaaid aan de Duitse keizers, omdat de graven van Loon in het gevlij wensten te komen bij keizer Frederik Barbarossa. Tel daarbij op dat in alle levensbeschrijvingen niet waarheidsvinding voorop heeft gestaan, maar vooral de goddelijke almacht dan mag duidelijk zijn dat Sint Servaas nog ongrijpbaarder is dan een griepvirus.

 

En eigenlijk is het ook te mooi om waar te zijn dat deze heilige man van Oosterse afkomst met zelfs een rechtstreekse familieband met Godszoon Jezus, zo wordt althans door de diverse legendes beweerd, op een  stuifzandberg in 'of all places' Nunhem een bron heeft geslagen en met dit water de eerste christenen in onze regio heeft gedoopt. Dit verhaal mag daarom gerust naar het rijk der fabelen worden verwezen. Maar ik waag het toch niet om mij over dit bijgeloof al te vrolijk te maken.

Je weet het maar nooit en ik probeer natuurlijk de mogelijke gevolgen te ontlopen

die een heiligschenner overkwam zoals door priester en verhalenverzamelaar H. Welters in 1875 is opgetekend in zijn boek “Limburgsche Legenden, Sagen, Sprookjes en Volksverhalen”. Hij vertelt over een godsloochenaar die enige vrome pelgrims bij de kapel lachend toeriep dat Sint Servaas niet thuis was, maar in het bos hout sprokkelde. Volgens het verhaal werd hij voor deze blasfemie onmiddellijk gestraft: ‘Op hetzelfde ogenblik gevoelde hij een rilling door zijn leden en werd door de koude koorts aangetast".

 

 Leon Moonen, reisverleider naar Geschiedenis www.cliotravel.nl

 

Noot: In Nunhem wordt Sint Servaas jaarlijks rond zijn feestdag 13 mei vereerd met een bloementapijt. Het zandpad op de Servaasberg naar zijn kapel wordt helemaal ingelegd met een bloemenmozaïek. Helaas gaat deze plaatselijke volksverering dit jaar niet door vanwege het coronavirus.