Het leuke van taal is dat je steeds op verrassingen stuit. Jonge generaties voegen nieuwe uitdrukkingen toe, of geven een andere betekenis aan al lang bestaande woorden. De dynamiek van taal verveelt nooit. Taal reflecteert bewegingen in onze maatschappij en onbekende kanten krijgen opeens een gezicht.
Neem als voorbeeld een woord als ‘leip’.
Dat stuitert alle kanten op.
Twee weken geleden vond de uitreiking plaats van de Edisons Popmuziekprijzen. Tot mijn schande moet ik bekennen nog nooit gehoord te hebben van de winnaar van het beste album ‘Lieve monsters’, de rapper Sef (Yousef Gnaoui). In zijn dankwoord voor de prijs, die natuurlijk sowieso ‘vet’ was, zei hij het ‘leip’ -super gaaf- te vinden dat hij op zijn oude dag een dergelijke hoog gewaardeerde popprijs in ontvangst mocht nemen. Sef is 41 jaar en vindt zichzelf dus al op leeftijd. Kijk, dat is wat ík nu leip noem. Lees gek, dwaas of maf. Sef is misschien niet meer de allerjongste maar wat dan nog. Het is leipe shit -oftewel cool- dat Sef zichzelf boven de massa weet te verheffen. Om het in het Bargoens, de oude dieventaal, te zeggen is het leip (riskant) voor je carrière om jezelf voor oud te verslijten wanneer je pas 41 bent.
Taal verbindt en verbroedert en je kunt er vele kanten mee uit. Dat geldt niet alleen voor straattaal, maar zeker ook voor de talen van onze buurlanden en voor plaatselijke dialecten. Taalpareltjes bij uitstek zijn de flaters die soms met de beste bedoelingen worden gemaakt en die voor jarenlange napret zorgen. Zo werkte een goede vriend van me, letterlijk een zwaargewicht, in zijn jonge jaren ergens diep in Duitsland en logeerde dan in een plaatselijke herberg. Af en toe kwam zijn vrouw, een goed geproportioneerde, struise blondine die enkele woorden steenkolen-Duits sprak, op bezoek om de eenzaamheid te verdrijven. Het logeerbed in de herberg was niet berekend op zo’n gewichtig koppel en de lattenbodem van het bed krakte op zeker moment finaal door. De blonde schoonheid ging meteen naar de herbergier om zich te verontschuldigen en verduidelijkte de toedracht van het voorval met de onsterfelijke woorden:
“Sorry Meinherr, ich bin durch das Bett gebumsd”.
Doorkrakken en bumsen hadden volgens de beauty dezelfde betekenis. Het stel is nog vaak een gewaardeerde, en waarschijnlijk veelbesproken, gast geweest.
Fameus is natuurlijk Louis van Gaal met zijn recht-toe recht-aan vertalingen toen hij voetbaltrainer in Engeland was: “in the first half we were running after the facts” of “the death or the gladioli” en “that is another cook”. Maar een gastvrije kennis van me wist ook van wanten. Zij had enkele muzikanten uit Engeland thuis te logeren. Tijdens het diner, toen iedereen al een portie had verorberd, liet zij de slakom nog een keer rondgaan en spoorde haar muzikale vrienden aan om nogmaals het bord te vullen met de woorden “come, pick you nog what schlie”. De boodschap kwam toch over en later op de avond speelde het orkest de sterren van de hemel.
En ook mijn lieve oma, Maastrichtse in hart en nieren, heeft taalkundige geschiedenis geschreven. Zij woonde in het stadsdeel Wyck, op een steenworp van de St.-Martinuskerk in een huurwoning van de gemeente. Het was in de tijd dat de gemeente nog zelf het onderhoud aan de woningen verrichtte. Op enig moment haperde de stortbak van het toilet, hoogstwaarschijnlijk door een kapotte vlotter. De gemeentelijke loodgieter, een frisse jonge knul, stond de dag erna in alle vroegte voor de deur om het ongemak te verhelpen. Oma zwaaide blij en hartelijk de voordeur open en verduidelijkte aan de monteur waaraan het schortte:
“kom mèr gaw naor binne jong, iech höb get aon miene flopper.”
De diagnose was correct, het taalgebruik ontwapenend maar leip.
