Beginnen, actie en persoonlijke groei, dat zijn de drie componenten die het jaar 2026 – gelet op het getal 2026 – teweeg zullen brengen. Het is nu nog koud, overal ijs buiten en vanavond – 11 januari – zal het spekglad worden in het hele land. Dus ik blijf lekker binnenshuis en stort mij op het schrijven van een nieuwe column.
Wat zal dit jaar voor mij worden? Ik heb vooralsnog geen idee wat er concreet zal komen. Elke dag kijken hoe lang je neus is, is immers het beste medicijn om de dag te starten. Of elke dag beginnen met een ingewikkelde puzzel of een stukje schrijven. Het zorgt ervoor dat de hersenen aan het werk blijven, dat je met jezelf in de knoop kunt raken en daar weer uit kunt komen. Wat doet u trouwens liever? Waar interesseert u zich in? Zit er nog een moraalridder in u of laat u alles maar op zijn beloop?
Ik hoop dat ik in 2026 toch iets van een eigen website kan realiseren, met daarop de gedichten die ik impulsief opteken en die vaak op Facebook plaats, als cadeau voor mijn Facebook-vrienden. Die soms ook geen vrienden zijn, maar gewoon rare snuiters die graag hun boezem laten zien. Maar waar ik verder ook geen last van heb. Die gedichten die ik schrijf, zijn min of meer geïnspireerd door die van Johann Wolfgang von Goethe – literaire alleskunner die leefde tussen 1744 en 1832 – en Gabriela Mistral (1889-1957) – de eerste Zuid-Amerikaanse persoon die in 1945 de Nobelprijs voor de Literatuur kreeg. Ik hou me dan vast aan het schrijven van vrije verzen, verdeeld over twee maal acht regels zonder gerijm, maar met de nodige prozaïsche betekenissen.
Maar daarvoor moet ik dus wel actie ondernemen, de tweede component van 2026. En daarin schuurt het: wil je iets anders gaan doen, dan zul je ook stappen moeten zetten. Klein of groot, je moet buiten de box treden, buiten je comfort-zone. Ik zou ook weleens een verhalenbundel of een dichtbundel willen uitbrengen. Of het grif zal worden verkocht? Daar zou ik me heel erg over verbazen. Ik zou dan winkels platlopen met de vraag: ‘Heb je mijn boek nog?’ Men zou het stiekem verstoppen, om het later in de papierversnipperaar te kunnen doen. En om het later te hergebruiken als wc-papier, dat kan natuurlijk ook. Dat schrijf ik op met een knipoog. Zelfspot is immers ook een onderdeel van humor. Je moet jezelf af en toe in de zeik kunnen nemen, anders wordt het te serieus met al die verhalen van mensen vol zelfmedelijden. ‘He, ik kan dit en niet’. ‘Mag ik een extra koekje?’ De koekenfabrieken spinnen er maar garen bij.
En dan hebben we daar nog het derde component: persoonlijke groei. Ik hou van leren en dingen meemaken. Naar concerten ga ik ook graag, maar daarover schrijf ik graag een andere keer. Ik ben gek op boeken, maar heb te weinig energie en tijd om de hele dag de boekenwurm uit te hangen. Ik lees graag, maar het doet mij vooral denken aan vroeger, aan school in Eindhoven. Wat een verzameling boeken heb ik toen gelezen voor het vak Nederlands. Wolkers, Bernlef, Mulisch … maar nooit Vestdijk en Couperus. Namen die tegenwoordig vast nog wel een lichtje doen branden. Ik bedacht mij: zou ik in het kader van persoonlijke groei het aandurven om een opleiding voor docent Nederlands te gaan volgen? Daar zou mijn leraar Nederlands Joep van Amelsvoort wel zeer mee in zijn nopjes zijn geweest, maar vanwege mijn audiovisuele beperkingen ook kanttekeningen hebben geplaatst. Het kost immers veel tijd om dit te realiseren en is het wel gelukkig makend, zo’n lang traject? Het vinden van de liefde is waarschijnlijker iets wat gelukkiger zal maken, maar ook onzekerder.
Ach, misschien kan ik wel een mini-opleiding gaan volgen. Het zijn in elk geval mooie voornemens, zo in het prille 2026.
