ColumnsMarcus Vankan

Column: Voorjaarsschoonmaak, door Marcus Vankan

Midden Limburg

Elk jaar weer, kriebelt het bij menigeen in het bloed. Nee, dit keer heb ik het niet over carnaval maar over een ander fenomeen in het voorjaar: de voorjaarsschoonmaak. Vlijtig bewapend met dweil en emmer vol sop, met de zuiger in de ene, en de schrobber in de andere hand, raast menigeen als een tornado door het huis, om zo zijn of haar eigen of gemeenschappelijke stek te ontdoen van vuil, van stof, van drek.

 Het blinkt, het blitst. 

Er wordt gepoetst en geschrobd, gesorteerd en wat overbodig is verdwijnt uit het interieur richting RD4.

 

In deze dagen biedt de kerk elk jaar weer in de lente eveneens een soort van voorjaarsschoonheid voor lichaam en ziel aan. Een veertig dagen durende vastentijd aan als een periode waarin wij ons lichaam en onze ziel reinigen. Het is de periode waar wij christenen ons willen reinigen, willen zuiveren op het weg naar Pasen.

 

Het woord reinigen hangt in taalkundige zin samen met het begrip zeef. Rein is datgene wat gezeefd is. De zeef houdt wat grof en onrein is, tegen en laat alleen het belangrijke doorsijpelen. Rein betekent dus dat je in contact komt met de eigenlijke kern in jezelf, wat je denkt en voelt in je hart en met je verstand. En dat je daarbij alle uiterlijke dingen die je hart, je denken, voelen en doen negatief kunnen beïnvloeden afzondert, weghoudt. Reinigen wil zeggen je schoonmaken, je ontdoen van datgene wat ons uiteindelijk van elkaar en van God scheidt.

 

In onze tijd zijn veel mensen bezig met het zich reinigen. Maar veelal is dit slechts beperkt tot ons uiterlijk. Wij mensen streven naar een uiterlijk schoonheidsideaal. Daarvoor zoeken we vrijwillig tal van fitnessstudio’s en sportcentra op om ons te laten afbeulen. We laten ons leiden door ideaalbeelden van modellen en andere shows en bladen op de t.v.  Maar waar we daar niet verder komen dan de buitenkant, mogen we ons ook mee laten nemen een diepere dimensie. Een soort van geestelijk fitnessprogramma, waar de hele mens centraal staat: een mens geraakt door zijn naaste. Een mens die in beweging komt, niet als een schijnheilige, bezig en slechts oog hebbend voor zijn of haar buitenkant, flanerend naar een ander, onder het motto: “kijk eens hoe goed ik ben.” 

 

Nee, het gaat erom dat wij leren stil te staan bij de verantwoordelijkheid die wij als christen, meedragen en hebben in een gemeenschap voor de zwakke en de broze. Om barmhartig te zijn, ons hart te laten spreken voor diegene die in nood verkeren. Daartoe dienen wij eerst onze eigen zintuigen te reinigen. Hoe? Wellicht helpen ons daarbij drie basisoefeningen waar we mee aan de slag kunnen: het geven van aalmoezen, het bidden (verwoorden wat er leeft in je hart) en het vasten (je iets durven ontzeggen zoals je mobiel of alcohol). Deze drie basishandelingen zijn de reinigingsmiddelen, het jif en het schuursponsje voor ons eelt wat we gekweekt hebben.

 

In deze zin wens ik u een fijne vastentijd. 

 

 

 

 

Marcus Vankan