We leven in een spannende tijd. De oorlogen in het Midden Oosten en aan de Europese oostgrens hangen als een grauwsluier over ons dagelijks doen en laten.
De maand mei staat net als ieder jaar weer in het teken van herdenken en de vrijheid vieren. Misschien is het nu meer dan ooit belangrijk om daarbij stil te staan.
Op 5 mei 1945 kwam een einde aan de tweede wereldoorlog. Een oorlog die gerekend mag worden tot de grootste rampen van de twintigste eeuw. De littekens die deze oorlog veroorzaakt heeft hebben miljoenen mensen een leven lang meegedragen. Het is daarom belangrijk om de slachtoffers te herdenken en de vrijheid te vieren.
De moeilijke bevrijding van Roermond
Voor kernen van de gemeenten Leudal en Maasgouw kwam de vrijheid tussen 25 september 1944 en 16 november 1944. Maar dat betekende niet dat de spanningen van de oorlog ook daadwerkelijk voorbij waren want de Duitsers hadden zich aan de westkant van de Maas nog stevig verschanst, onder meer in het bruggenhoofd Hatenboer-De Weerd tussen Horn en Roermond en het bruggenhoofd langs de Maas bij de sluis van Osen.
In het najaar van 1944 ging de Maas als een natuurlijke hindernis voor de oprukkende geallieerden een belangrijke rol spelen. De Duitsers hadden zich in die periode voor het overgrote deel teruggetrokken op de oostoever van de Maas behalve bij die bruggenhoofden Hatenboer-De Weerd en het buurtschap Osen aan de westkant want daar bleven hardnekkige verdedigingsstellingen in takt.
Roermond werd in september 1944 een echte frontstad toen de geallieerde opmars stokte na de mislukte operatie Market Garden bij Arnhem. Het gebied tussen Horn en Roermond werd een bloedige frontlinie. Terwijl een groot deel van Limburg de bevrijding vierde werd de strijd in Roermond steeds heviger en de stemming grimmiger. De stad leed extra onder de druk van de Duitsers en onder de bombardementen van de geallieerden. Daarbij kwam ook nog de razzia’s en de evacuatie van de inwoners van Roermond naar Friesland en Groningen.
Bruggenhoofd Hatenboer-De Weerd
De verdedigingsstelling bij Roermond bestond onder meer uit een tankgracht, loopgraven, mijnenvelden en prikkeldraadversperringen. De noodbrug over de Maas was op 28 oktober 1944 vernietigd, waardoor een veerpont en een smal houten bruggetje bij de kapotte brug de enige verbinding waren met de oostelijke oever.
Nadat de dorpen aan de westkant van de Maas op 16 november 1944 door Britse troepen waren bevrijd, hielden de Duitsers dat bruggenhoofd Hatenboer-De Weerd op de westelijke oever van de Maas in stand. Zo’n driehonderd Fallschirmjäger onder leiding van hun commandant Hauptmann Paul verdedigden dit voor de Duitsers zo belangrijke bruggenhoofd.
Op 17 november 1944 gingen Engelse patrouilles vanuit Horn en Beegden op onderzoek uit om te kijken waar de Duitsers zich in het bruggenhoofd bevonden. Zo bleek onder meer dat ook de steenfabriek bij Hatenboer bezet werd. Dit resulteerde op 18 november 1944 om 16.00uur in een beschieting van de steenfabriek door geallieerde vliegtuigen.
Bruggenhoofd Osen
Ook het bruggenhoofd bij Osen was een grote hindernis voor de geallieerden. Snel doorstoten naar de oostkant van de Maas en met name naar Roermond bleek voor de Engelsen een onmogelijke opgave. De omgeving van Osen was vergeven van de mijnen. Het sluizencomplex bleef nog drie maanden het strijdtoneel tussen de Duitsers en de Britten waarbij de frontlinies nauwelijks honderd meter van elkaar af lagen. Met de komst van de Amerikanen op 19 februari 1945 kregen de Britten extra steun. Met grote geluidsboxen vanuit Beegden probeerden de Amerikanen aanvankelijk de Duitsers op Osen te bewegen zich over te geven, echter zonder het gewenste resultaat. Op 25 februari wist een Amerikaanse eenheid het eiland Osen op de Duitsers te heroveren. Osen was bevrijd en daarmee lag voor de geallieerden de weg naar Roermond open.
Maar de Duitsers bleven tot het laatste moment tegenstand bieden. Op 28 februari 1945, vlak voor de bevrijding bliezen ze nog de toren van de kathedraal op zodat die niet in geallieerde handen zou vallen en als uitkijkpost kon dienen. Op 1 maart 1945 trokken Amerikaanse troepen onder leiding van generaal Anderson vanuit het zuiden Roermond binnen.
Steeds nieuwe verhalen
Het is opvallend, dat zelfs na zoveel jaren nog altijd nieuwe verhalen opduiken van mensen, zowel van burgers als soldaten, over hun ervaringen in de oorlog.
Zo ook het verhaal van een Engelse oud-militair Larry Southgate, die eind 1944 in Beegden gelegerd was. Hij heeft een kort verhaal gepubliceerd op WW2 People’s War, een internetsite van de BBC, waarin mensen hun verhaal over de tweede wereldoorlog kunnen vertellen.
Zijn verhaal brengt ons terug naar het najaar van 1944.
Oktober/november 1944
“Ik arriveerde ergens in september 1944 in Noord Frankrijk en voegde mij bij mijn bataljon, het 2e bataljon van the Monmouthshire Regiment, dat ergens in België gelegerd was. Dat was kort na het debacle van de parachutistenlandingen in een poging de bruggen bij Nijmegen te veroveren na de verovering van ‘s-Hertogenbosch door onze 53e Welsh divisie.
Wij waren inmiddels gestationeerd in een dorp dat, als ik mij goed herinner, Beegden heette. Ergens tussen Venlo en Roermond langs de oevers van de rivier de Maas. (Waarschijnlijk verwart hij hier Beegden met Beesel maar gezien de rest van zijn verhaal bedoelt hij toch echt Beegden. J.K.) Niet ver daar vandaan is een grote lus in de rivier. Beegden ligt boven op de hoge oever en kijkt neer op de rivier.
Daar waar de lus in de rivier begint is een klein kanaal. Wij hadden het land tot aan de oevers van de Maas veroverd en bezet. We hadden een kleine vooruitgeschoven post op een stukje grond bij de Maas dat wij ‘het eiland’ noemden.
Op een dag was het mijn beurt als een van de verkenners van ons regiment om vanuit Beegden door de velden richting Maas te gaan om de telefoonkabels te controleren, die we eerder naar onze buitenpost hadden gelegd. Angstig en heel voorzichtig liep ik naar beneden over de weg en door het veld richting rivier terwijl ik de kabel door mijn handen liet glijden om te kijken of er soms breuken in zaten. Halverwege het veld hoorde ik plotseling het bekende geluid van een naderende mortiergranaat. Ze ontplofte ongeveer vijftig meter voor mij. Er volgden nog vijf salvo’s, steeds iets dichterbij, maar tot mijn groot geluk vielen ze alle vijf met een luide ‘plof’ in de grond maar explodeerden niet. Ik moet bekennen dat ik niet tot de dapperste soldaten behoorde. Bevend en zo mogelijk nog voorzichtiger vervolgde ik mijn weg naar het kanaal bij de Maas ervoor wakend, dat de Duitsers op de andere oever mij niet te zien kregen. Eindelijk bereikte ik onze buitenste post en besloot die nacht bij hen te blijven. Ik moet zeggen dat ik nog nooit een mok thee zo heb gewaardeerd als toen in het huis van onze vooruit geschoven post.”
Vrijheid vieren
Nazi-jager Siemon Wiesenthal zei het al: “Vrijheid is als gezondheid. Je waardeert het pas als je het niet meer hebt. Vrijheid is geen geschenk van de hemel. Voor vrijheid moet je vechten, iedere dag.”
Hoe vaak zal in de periode rond 4 en 5 mei weer worden gezegd dat we de vrijheid moeten vieren en de slachtoffers blijven herdenken en dat zoiets als in ’40 – ’45 nooit meer mag gebeuren? Ieder weldenkend mens zal dat beamen. Het is alleen de vraag wanneer dat tot onze ‘grote’ wereldleiders doordringt.
