5 jan 2021VerhalenLeon Moonen

HALLO Historie: De bevrijding van Maasgouw in de Tweede Wereldoorlog

Maasgouw Midden Limburg

Precies 76 jaar geleden was de bevrijding van de dorpen van de huidige gemeente Maasgouw volop aan de gang. Waarom duurde dat zo lang?

Het grondgebied van de huidige gemeente Maasgouw (per 1 januari 2007 ontstaan uit de gemeenten Heel, Maasbracht en  Thorn) kent misschien wel de langstgerekte bevrijdingsgeschiedenis van Nederland. Het heeft namelijk exact vier maanden geduurd voordat de Duitse bezetter uit alle dorpen van Maasgouw was verdreven.

De kern Thorn werd op 25 september 1944 als eerste bevrijd en in het laatste dorp Linne kwam pas op 25 januari 1945 een einde aan de oorlog. Rekenen we Osen bij Linne als een aparte gemeenschap, dan heeft de bevrijding zelfs 5 maanden en 1 dag geduurd: dit sluizeneiland werd pas op 26 februari 1945 definitief van de laatste Duitse soldaten gezuiverd. De reden waarom de bevrijding van een paar kleine boerendorpen langs de Maas in Midden-Limburg zo lang heeft geduurd is heel eenvoudig te verklaren. Het gebied is namelijk niet bevrijd in het kader van één militaire operatie en was ook nooit het hoofddoel van enige militaire aanval. Maasgouw was dus eigenlijk een zijtoneel bij de geallieerde bevrijding van West-Europa.

 

Afhankelijk van de grotere strategische operaties en de militaire ontwikkelingen werden de kernen in Maasgouw in grofweg drie golven bevrijd. Daarbij vormde de Maas een geduchte barrière. Met de eerste bevrijdingsgolf kwam de Belgische brigade Piron naar Thorn. De soldaten van deze brigade hadden tot taak de oostelijke flank van de corridor, die was ontstaan naar aanleiding van de luchtlandingen in Arnhem (operatie Market-Garden), te beschermen tegen Duitse aanvallen. Het lukte echter niet om de Duitse vijand helemaal over het Kanaal Wessem-Nederweert, laat staan de Maas, te verjagen. De geallieerde slagkracht was na de mislukking van Market-Garden namelijk gericht op de Scheldemonding in Zeeland om zodoende de haven van Antwerpen eindelijk voor de bevoorrading te kunnen gebruiken, die nog altijd via de invasieplaats Normandië verliep. Half november was deze klus geklaard en volgde de tweede bevrijdingsgolf, waarbij geallieerde troepen er deze keer wel in slaagden de Duitse bruggenhoofden voor het Kanaal Wessem-Nederweert op te ruimen, dit kanaal definitief over te steken en het front te verplaatsen naar de Maas.

Ondertussen was eind september 1944 de Amerikaanse opmars in Limburg ten oosten van de Maas gestokt boven Sittard. Het Amerikaanse opperbevel had de strategische keuze gemaakt om de pijlen zijwaarts te richtten op de eerste grote Duitse stad Aken, met als gevolg dat de noordwaartse richting ernstig werd afgezwakt. Dit gaf de Duitsers de gelegenheid om de driehoek Sittard-Roermond-Geilenkirchen, de zogenaamde Roerdriehoek, aanzienlijk te versterken en te integreren in hun verdedigingslinie de Westwall. Pas half januari 1945, na de succesvolle omkering van het Duitse Ardennenoffensief, slaagden de geallieerden er in de impasse aan dit Roerdriehoekfront te doorbreken. In deze derde bevrijdingsgolf, die gepaard ging met zware huis-tot-huisgevechten in Echt en St. Joost en een hevig geallieerd bombardement van Montfort, die aan 186 burgers het leven heeft gekost waaronder vele vluchtelingen uit Stevensweert, Maasbracht en Linne, werden de laatste dorpen van Maasgouw bevrijd.

 

Het beeld zoals dat via oorlogsfilms zich in ons geheugen heeft genesteld van een uitzinnige bevolking die enthousiast met vlaggetjes zwaaiend en al zingend “Oranje Boven” de geallieerde bevrijders welkom heette, zal voor veel dorpen van Maasgouw niet zijn opgegaan. Daarvoor lagen de dorpen voorafgaande aan hun bevrijding te dicht in de frontlinie, waardoor de burgers op eigen initiatief voor het oorlogsgeweld op de vlucht sloegen of op bevel van de Duitse bezetter werden geëvacueerd naar o.a. Friesland en Groningen. Een bijzonder naargeestig lot trof de mannen die tijdens de Grote Kerkrazzia op zondag 8 oktober 1944 werden opgepakt en naar Duitsland werden gedeporteerd. In een kleine plaats als Beegden werden maar liefst 108 mannen in het zicht van de bevrijding onder dwang afgevoerd naar werkplaatsen in Duitsland.

Beklagenswaardig was ook het lot van de schippers van Maasbracht. Op 30 september 1944 bliezen de Duitsers ongeveer 240 schepen op in de binnenhaven van Maasbracht. De schippers en hun gezinnen zaten daardoor niet alleen zonder werk, maar ook zonder woning. Een gedeelte werd liefdevol opgevangen in de regio, maar moest in december 1944 op last van de Duitsers alsnog evacueren (samen met de plaatselijke bevolking) toen het oorlogsfront dreigend naderde. De echte bevrijding kwam dan ook voor veel vluchtelingen, evacués en dwangarbeiders bij het definitieve einde van de oorlog in Europa in mei 1945. Pas toen konden zij naar huis terugkeren en de draad van hun leven weer oppakken.

 

 Bevrijding dorpen van Maasgouw

Thorn                   25 september 1944                                                     Ohé en Laak       20 januari 1945
Panheel               16 november 1944                                                      Stevensweert    20 januari 1945
Wessem              16 november 1944                                                      Maasbracht        23 januari 1945
Heel                     16 november 1944                                                      Brachterbeek     23 januari 1945
Beegden              16 november 1944                                                      Linne                    25 januari 1945