21 okt 2019VerhalenLeon Moonen

HALLO Historie: Wehrmachtshuisje in Nunhem

Leudal

Wie in Neer de wandelroute Ommetje Kinkhoven loopt, komt net over de dorpsgrens met Nunhem een bijzondere erfenis uit de Tweede Wereldoorlog tegen: het op het landgoed Neyenghoor gelegen Wehrmachtshuisje.

In tegenstelling tot wat de naam doet bevroeden, is het huisje niet verbonden aan de Duitse landmacht, maar aan de “Luftwaffe”.

Bij dit wapenonderdeel lag de verdediging tegen de geallieerde bombardementsvluchten vanuit het Britse eiland. Nederland was als “Vorfeld” van het Duitse moederland, immers geografisch gelegen tussen de Engelse vliegvelden en het zeer belangrijke industriële Ruhrgebied, van eminent belang. Ik memoreer ook even dat tot ver in de Tweede Wereldoorlog (1944) luchtacties vanaf de Engelse vliegbases voor de geallieerden de enige mogelijkheid waren om het Derde Rijk op eigen grondgebied militair te treffen.

Kortom, Nederland en met name het Peelgebied was langdurig een belangrijke vliegroute naar Duitsland.

Vele ooggetuigen die de oorlog hebben meegemaakt kunnen zich het sonore en eentonige motorgeluid van de overvliegende Britse en Amerikaanse bommenwerpers levendig voor de geest halen. Concreet lag de Duitse luchtverdediging in handen van generaal Josef Kammhuber, die later nog generaal bij de NAVO is geworden. Het hoofdkwartier van deze Kammhuber was in Zeist gevestigd. De naar hem genoemde Kammhuberlinie, die liep van Denemarken tot voorbij Parijs, bestond uit een veelomvattend luchtverdedigingssysteem: een samenwerking van zoeklichten, luchtdoelgeschut FLAK (Flugzeugabwehrkanone),  nachtjagers, vliegvelden (o.a. Fliegerhorst Venlo) en een steeds groeiend netwerk van radarpeilstations.

 

Wellicht dat de Duitse naam voor de linie Himmelbett-Verfahren (Hemelbed-methode) de lading beter dekt, want het uiteindelijke doel was het creëren van een beschermend baldakijn over het gehele Reich. Kammhuber had bij zijn aantreden in 1940 het offensieve plan gepresenteerd om de bommenwerpers van het RAF Bomber Command zo dicht mogelijk bij de thuisbases aan te vallen en gebruikte daarvoor heel beeldend de metafoor van een wespenzwerm. Volgens hem was het beter het wespennest te vernietigen dan te wachten tot de zwerm was uitgevlogen en achter iedere afzonderlijke wesp te jagen.

 

 Daarvoor kreeg hij echter van luchtmachtchef Hermann Göring te weinig vliegtuigen, zodat hij gedwongen was op een defensieve strategie over te schakelen en….. hinter jeder einzelnen Wespe herzujagen. Een zoeklichtenlinie met FLAK en uiteraard schijnwerpers, ondersteund door nachtjagers, dienden de vijandelijke bommenwerpers omlaag te halen. De Wehrmachtshuisjes werden gebouwd als onderkomen voor de bemanning van een zoeklicht, meestal 6 tot 8 personen. In het gebied tussen Roermond en Gennep zijn in 1941 ongeveer 40 van dergelijke Wehrmachtshuisjes gebouwd en de meesten, waaronder Nunhem, zijn tot in 1942 in bedrijf geweest. In dat jaar besloot namelijk de Führer hoogstpersoonlijk om alle zoeklichten terug te trekken naar de afweerstellingen bij de Duitse steden en industriële centra.

Het dodelijke kat-en-muis-spel in het luchtruim boven Nederland kwam steeds meer in een technisch geavanceerder fase terecht. Duitse nachtjagers met boordradar en grote geallieerde luchtvloten met radarstoringsmiddelen streden met elkaar, waarin uiteindelijk de Duitse luchtverdediging door een gebrek aan vliegtuigen en brandstof het onderspit heeft gedolven.

 

Na de oorlog hebben de Wehrmachtshuisjes nog een rol gespeeld om de ergste woningnood op te vangen, zo ook in Nunhem.

Het huisje was klein, ongeveer 5,5 meter bij 3,5 meter en het is nauwelijks voor te stellen dat er een kinderrijk gezin in heeft gewoond. Bovendien was er geen elektriciteit en stromend water aanwezig en voor de grote boodschap kon men op de uitpandige poepdoos terecht. Het was er in de winter ijzig koud. “De weck moest in stro en kranten bewaard worden, anders vroor deze kapot”, herinnerde zich later een bewoonster.

In de jaren zestig kwam er een einde aan de bewoning van het huisje en werd het gebouwtje een feestkeet voor de nozems uit Neer en Nunhem.

De toenmalige boer van hoeve Neyenghoor maakte daar een resoluut einde aan door het huisje vol met stront te plempen. Het is te danken aan de Studiegroep Leudal dat het bouwwerk überhaupt nog bestaat. De bewoners van boerderij Neyenghoor speelden in 2014 met de gedachte om de bouwval, want dat was het inmiddels geworden, te slopen. Dankzij het initiatief  tot restauratie van de eerder genoemde Studiegroep Leudal is dat voorkomen en is een blijvende herinnering aan de luchtoorlog boven Midden-Limburg behouden gebleven.

 

Leon Moonen, reisverleider naar geschiedenis www.cliotravel.nl  
Met dank aan Bart van de Venne