Toen Har Geenen begin jaren tachtig van zijn toenmalige vriendin – inmiddels al decennialang zijn vrouw – het Windwerkboek cadeau kreeg, had hij waarschijnlijk nog niet kunnen vermoeden hoe bepalend dat boek zou worden. Het ging over zelf windmolens bouwen en stroom opwekken, geschreven door een docent van de TU Eindhoven.
"Ik heb het boek nog steeds," zegt hij. "De fascinatie voor windenergie was er al. Alleen noemden we het toen nog geen duurzaamheid."
Nu, ruim veertig jaar later, neemt Geenen afscheid als voorzitter van Leudal Energie, de coöperatie waarvan hij aan de wieg stond. Het is een goed moment om terug te blikken op een lange weg, gekenmerkt door idealen en doorzettingsvermogen, maar ook door bestuurlijke trajecten, praktische obstakels en momenten van twijfel.
Bovenal is het een verhaal over lokaal eigenaarschap: over zelf willen en moeten doen wat je belangrijk vindt.
De D van duurzaamheid
Duurzaamheid loopt als een rode draad door Geenens leven, lang voordat het een beleidsbegrip werd. Halverwege de jaren tachtig stond hij aan de basis van kringloopcentrum De Cirkel in Helden, professioneel opgezet met contracten met gemeenten voor grof huishoudelijk afval. "Alleen als je een vaste inkomstenstroom hebt, kun je zoiets professioneel opzetten," zegt Geenen. "En je creëert werk voor mensen die moeilijk aan een reguliere baan komen."
Later werd hij directeur van een kringloopcentrum in Sittard-Geleen. Tegelijk bleef hij actief in de lokale politiek, vooral op milieu en ruimtelijke ordening. Die combinatie – praktijkervaring én bestuurlijke betrokkenheid – bleek later van grote waarde.
Pioniers
Rond het jaar 2000 liet de Rijksoverheid gemeenten kosteloos onderzoeken of er ruimte was voor windenergie. Ook in de toenmalige gemeente Roggel en Neer werd zo'n studie uitgevoerd. "Het rapport verdween in een la," vertelt Geenen. "Maar ik wist dat het ook in een landelijke database stond."
Toen commerciële partijen zich meldden bij grondeigenaren in het gebied, was voor hem de grens bereikt. "Toen dacht ik: dit moeten we zelf doen. Niet iemand van buitenaf laten bepalen wat hier gebeurt." Dat moment, rond 2002, markeerde het begin van een langdurig traject waarin lokale zeggenschap steeds centraal bleef staan.
Via landelijke netwerken kwam hij in contact met bestaande windcoöperaties, vooral in Zeeland en Noord-Holland. Samen met Eric van Eck zette hij de eerste stappen richting wat later Windpark Neer zou worden.
De eerste gesprekken vonden letterlijk plaats aan de keukentafels van boeren aan de Boerderijweg in Neer. "Toen was windenergie nog nauwelijks controversieel," zegt Geenen. "Boeren dachten: als het niet doorgaat, prima. En als het wel doorgaat, levert het wat op." Wat volgde was een traject dat van 2002 tot 2012 duurde, bijna tien jaar. "Daar heb ik wel wat grijze haren aan overgehouden," zegt hij.
Uiteindelijk gingen de turbines draaien, maar Eric en Har waren op het eind nog maar voor tien procent eigenaar, dit vooral vanwege de enorme investering. In 2017 stapten ze er helemaal uit. Voor hen zat het succes er vooral in dat het park er stond.
Van wind naar coöperatie
Parallel aan Windpark Neer ontstond een breder idee. In 2010 zorgden Geenen en Van Eck ervoor dat de coöperatie Zuidenwind (voor windenergie in Limburg) werd opgericht. Maar al snel groeide de wens om dichter bij huis meer te doen.
In een gemeentelijk duurzaamheidstraject in 2012 werd duidelijk dat inwoners ook wilden meedoen. Samen met onder andere Robert Wilms van de gemeente Leudal, werkte hij het idee uit voor een lokale energiecoöperatie. En zo werd in 2013 Leudal Energie opgericht, met een gemeentelijke startsubsidie van tienduizend euro.
De eerste projecten waren praktisch: advies over zonnepanelen, zonnepanelen op scholen, energielevering via een coöperatieve leverancier en energiecoaches. Een succesvol project was Ledverlichting. "In 2016 vervingen we bijna 1500 lichtpunten bij lokale bedrijven," vertelt Geenen. "LED was toen nog nieuw."
Maar het succes zat hem vooral in de betrokken club vrijwilligers: "Jan Vossen, Dick Hommen, Joost van Beek, Wim Geelen en vele anderen: mensen die twee, drie dagen per week beschikbaar waren en verstand van zaken hadden. We hebben eigenlijk nooit ruzie gehad. Iedereen trok aan hetzelfde touw."
Tweede kans
De ervaringen met Windpark Neer bleken waardevol toen in 2016 eindelijk de kans kwam voor een tweede windpark. Leudal Energie was een van de 4 coöperaties in de regio die elk startten met de ontwikkeling van een eigen windpark. In ons geval werd dat windpark De Kookepan.
Het verschil was enorm. "We zijn in 2016 begonnen met de coöperatieve ontwikkeling, dit hield allereerst in, overleg met de grondeigenaren en de omwonenden en pas daarna de vergunningaanvraag. In 2020 begon de bouw al. Vier jaar duurde het maar, dat was nog nergens in Nederland vertoond," zegt Geenen.
De gemeente was vanaf het begin positief: ze wilde een windpark waar inwoners mede-eigenaar van konden worden.
In mei 2018 startte een grote wervingscampagne met informatieavonden, reclameborden en sociale media. Het resultaat overtrof alle verwachtingen. "Eind september hadden we 2,5 miljoen euro aan investeringstoezeggingen. Ons ledenaantal verdubbelde plots."
Toekomst
Anno 2026 kijkt Leudal Energie nog steeds vooruit. Een recente ledenenquête liet zien dat 24 procent al van het gas af is – een stuk hoger dan het landelijk gemiddelde van 16 procent.
Ook energiearmoede staat op de agenda. In buurgemeente Peel en Maas werkt de energiecoöperatie succesvol samen met de gemeente door bij mensen thuis wasmachines om te ruilen, bij meer dan 1200 adressen. "Juist mensen die de overheid wantrouwen, moeten we bereiken. Dat lukt beter via een lokale coöperatie."
Geenen ziet nog grotere stappen. "Er worden in Leudal al stappen genomen richting energiegemeenschappen, er lopen pilots in Heibloem en Ell. We staan pas aan het begin."
Hij mag dan wel afscheid nemen als voorzitter van Leudal Energie, de passie voor duurzaamheid en windenergie is onveranderd. "Als er ergens een windpark wordt ontwikkeld, ben ik altijd bereikbaar als sparringpartner. Die kennis wil ik graag blijven delen."
Zijn grootste les?
"Als je wilt dat duurzaamheid echt landt in een gemeenschap, moet je het zelf doen.
Met mensen die hier wonen, die elkaar kennen en elkaar vertrouwen. En je hebt een lange adem nodig – heel lang soms.
Maar we hebben bewezen dat lokaal eigenaarschap loont en werkt."
