25 aug 2021VerhalenJohn Hölsgens

Piet Tullemans, schepper van biodiverse reservaten. Op zoek naar vrijwillige voorvechters voor de natuur

Nederweert / Heythuysen

‘Treed binnen...’ zegt Piet Tullemans, terwijl hij de deur van de blokhut voor ons openhoudt. Je doet het maar wat graag deze zomer. Ook vandaag maakt de regen de geklepelde grond in het buitengebied van Heythuysen drassig. ‘De aarde was woest en ledig’, is de formulering die opkomt bij deze aanblik. Maar net als in de Bijbelse vertelling zal dat beeld slechts van tijdelijke aard zijn. Als het tenminste aan  de 82-jarige, kwieke Piet ligt…

Binnen hangen nog trofeeën aan de muur: opgezette hertenkoppen, vogels. Piet, de laarzen aan de voeten en de camouflagepet op het hoofd, zou zo tot het jachtgezelschap kunnen hebben behoord dat hier ooit de open haard stookte en de barbecue buiten deed smeulen. Je ruikt het bijna nog. Maar de van oorsprong Nederweertenaar heeft juist heel andere plannen.

Ik kan dit tegenwoordig niet meer alleen aan. De aanleg, het onderhoud, daar heb ik gewoon hulp bij nodig. Ik heb hier zoveel energie en geld in gestoken, dit moet nu toch ook bewaard blijven voor het nageslacht.

Biotopen
Helemaal nieuw zijn die plannen overigens niet. Jaren geleden onderhield Tullemans al een soort tuinreservaten. Toen nog in zijn eentje, zonder enige hulp van anderen. Ook in die tijd probeerde hij al verschillende biotopen te creëren met als doel het terugbrengen van zo goed als verdwenen vlindersoorten, zoals het Spiegeldikkopje, dat vroeger in de streek waar hij opgroeide veel voorkwam. Hij haalde er zelfs het bekende radioprogramma ‘Vroege vogels’ mee. Dat is alweer een tijdje terug, maar het enthousiasme van Piet is geen greintje verminderd. ‘Op dit stuk grond, 7 hectare groot, moet een biodivers bos verrijzen, met allerlei inheemse boomsoorten’ legt hij vol passie uit. ‘Met daartussen heesters. Verderop ligt een stuk grond van nog eens 27 hectare, waar een zee van bloemen en planten groeit en bloeit.’

Educatief
Hier spreekt duidelijk iemand met liefde voor de natuur. Een liefde die Piet niet alleen voor zichzelf wil houden. Wanneer zijn tuin- en bosreservaten voldoende vorm hebben gekregen, wil hij graag dat mensen mee kunnen genieten van alles wat er leeft en groeit. ‘Ik wil hier geen massatoerisme!’ waarschuwt hij. ‘Maar voor scholen en andere gezelschappen kan dit natuurlijk ook een educatieve waarde hebben. Zelf ga ik bijna iedere dag met het grootste plezier naar dat stuk verderop. Nu regent het, maar normaal wemelt het daar van de bijen, vlinders en andere insecten. Zo divers, dat is echt genieten. En op het eind dank ik de hemel dat ik weer zo’n mooie dag heb gehad...’

Hulp
Piet is er zich echter van bewust dat ook voor hem de tijd niet heeft stilgestaan. ‘Ik kan dit tegenwoordig niet meer alleen aan. De aanleg, het onderhoud, daar heb ik gewoon hulp bij nodig. Ik heb hier zoveel energie en geld in gestoken, dit moet nu toch ook bewaard blijven voor het nageslacht. Ik wil daarvoor geen subsidie van de overheid. Ik ben daarom op zoek naar vrijwilligers om mij bij te staan. Het moet vanuit de samenleving komen, want dat heeft het meeste positieve effect’ zo is zijn overtuiging. Het is een opvatting die gebaseerd is op levenservaring, waarin de fascinatie voor de natuur al vroeg tot bloei kwam.

Veranderlijk
‘Het was in de oorlog, 1943, dat mijn tante Mien trouwde. Ik was vier jaar oud. Als meisjes in die tijd huwden en het huis uit gingen, namen ze een dekenkist mee. Daar gingen alle kleren en andere spullen in. Tante Mien ging naar het Vlut, bij Ospel. Dat ging nog met paard en wagen. En ik mocht mee. Ik zie mezelf nog boven op die kist zitten. Op een gegeven moment werd gestopt. Mijn oom maakte een praatje met een vrouw langs de kant van de weg.

“Wacht even...” zei de vrouw toen we verder wilde trekken. Ze liep naar haar huis en kwam even later terug met een vogelnestje, waarin een stuk of zes eitjes lagen.

Dat had zo’n enorme impact op mij als kleine jongen, dat kun je je niet voorstellen. Daar is het begonnen, denk ik. Ik ging zelf ook op zoek en ontdekte zo bijvoorbeeld de mooie blauwe eitjes van de heggenmus. Ook de gele golven van paardenbloemen in de wei, waar toendertijd kransen werden gevlochten, maakten grote indruk. Drie weken later waren ze uitgebloeid. Toen vond ik er niets meer aan om mee te gaan. Maar zo leerde je wel over de veranderlijke natuur.’

Kleur
De kleurenpracht van bloemen maakt niet alleen indruk op Piet. Mensen die op de fiets voorbij komen bij zijn tuinreservaat, stoppen vaak om te kijken. ‘Het ziet er dan ook fantastisch uit’ bevestigt hij. ‘Ik stop er heel veel tijd in om het honderd procent op orde te krijgen. Volgend jaar zou ik er een open dag willen organiseren. En eenzelfde soort verscheidenheid aan soorten wil ik ook graag hier creëren, in het aan te leggen bos. Dat moet een biotoop worden voor bijvoorbeeld de distelvlinder en de distelvink.’

 

Dicht bij de natuur heeft Piet altijd gestaan. Maar vroeger was er veel minder tijd om er écht van te genieten. Er moest gewerkt worden om te overleven.

Appelen verkopen. ‘Dan zag ik jongens die op zoek waren naar kievitseieren. Dan was ik een kwartier in gevecht met mezelf, om de aandrang te weerstaan de appelen aan de kant te gooien en mee te gaan zoeken. Maar dat kon natuurlijk niet.’

Waarde
Nu zijn er andere tijden. Maar dat het meer is dan een bezigheidstherapie is inmiddels wel duidelijk. ‘Ik ben blij dat ik mijn geld de afgelopen jaren hierin heb gestoken. Dit heeft toch écht meer waarde dan een volle bankrekening. Maar ik heb wel, sinds ik de eerste grond aankocht in de jaren tachtig, gewerkt van ‘s morgens zeven tot ‘s avonds acht om het te maken tot wat het nu is. Ook in de winter! Ik weet eigenlijk soms zelf niet eens meer hoe ik het allemaal gered heb al die jaren. Je kunt ook niet zomaar ergens aan beginnen, moet je weten. De bomen die hier stonden waren bijvoorbeeld aangetast door letterzetter (een keversoort – JH). Ze konden alleen nog maar worden versnipperd, om spaanplaat van te maken. Een slagveld was het. Vervolgens moest de grond dus geklepeld worden vanwege de wortels. Een kostbare zaak, maar ik heb prima kunnen werken met het bedrijf dat dit voor me gedaan heeft.’ Nu is het echter tijd voor de volgende stap.

Leefwereld
Als alleenstaande denkt Piet er over om op termijn alles onder te brengen in een stichting. Daarvoor - en ook voor de administratieve ondersteuning - zal hij in dit digitale tijdperk vast hulp kunnen gebruiken. Maar eerst en vooral zijn nu handen nodig voor het onderhoud van zijn levenswerk. En niet alleen voor de vogels, insecten, bloemen, bomen en planten. Ook reeën, wilde zwijnen, eekhoorntjes, de hermelijn en steenmarter leven in dit gebied. Daarbij staat hij ook altijd open voor ideeën van andere mensen, zo geeft hij tot slot aan. Kortom: de wereld heeft Piet niet geschapen, wel een leefwereld die wil hij graag met ons delen.


Wil je graag in contact komen met Piet om hem te helpen als vrijwilliger in het veld, met het opzetten van de door hem beoogde stichting, op juridisch, administratief of enig ander gebied? Mail dan naar piettullemans38@hetnet.nl. Of telefonisch 06 - 128 178 82.