23 mrt 2020ColumnsBen Ubachs

Column: Diagnose door Ben Ubachs

Leudal

Kort geleden las ik dat er in Limburg een tekort aan huisartsen dreigt. Ongerust heb ik hier en daar  rondgevraagd of dit tekort ook voor onze omgeving geldt. Tamelijk betrouwbare bronnen deelden mij mede dat wij ons echter weinig zorgen hoeven te maken.

Wij leven in HALLO-land namelijk verschrikkelijk gezond en trouwens, wij letten erg goed op elkaar.

Preventie komt zo tot volle bloei. Daarnaast boffen we met zoveel bossen en water in de buurt.

 

Die mooie omgeving bevordert het geluksgevoel en dat is weer goed voor lichaam en geest. Ziektekiemen zijn hier absoluut kansloos. Vergeet bovendien niet dat in deze contreien, een enkele onverlaat daargelaten, alleen maar aardige mensen wonen. Stress en ruzie kennen we daarom alleen van horen zeggen. Voor een huisarts is het leven in deze Midden-Limburgse blue zone één lange gaap, maar wij zitten er op rozen. Zelf hoef ik nauwelijks naar de dokter of het is om wat te buurten. In de praktijkruimte bespeur ik onder het ondersteunend personeel altijd blije opwinding wanneer iemand binnenkomt, want patiënten zijn er normaliter niet te vinden.

 

Het is er zogezegd een dooie boel. Sterker, de laatste keer trof ik de dokter lui onderuit gezakt bij de receptie aan, terwijl hij net met zijn assistente en de praktijkbegeleidster een potje wilde gaan klaverjassen. Zijn gezicht klaarde helemaal op toen hij me zag. Hij zocht een vierde speler om aan te schuiven. Meelevend voldeed ik aan dit verzoek en deelde de kaarten uit aan de verveelde zorgverleners. Een kaartmarathon startte. Maar waar de dokter toch al die lege tijd vandaan haalde? vroeg ik hem tussen twee potjes door. “Internet” verzuchtte hij en keek me wanhopig aan.

Daar zit ‘m de crux. Wij leken zijn de dokters denkelijk te slim af. De patiënt googelt de godganselijke dag op zijn Janboerenfluitjes over de medische digitale snelweg en dat leidt tot verrassende conclusies. Pijn in de linkervoetteen betekent bijvoorbeeld aankomende scheurbuik. Hartstikke logisch. Daar was de dokter niet op gekomen. Zes harde studiejaren van de dokter worden zo simpelweg verpulverd door 12 minuutjes websurfen.

 

Makkelijk zat. En de huisarts mag jaarlijkse bijspijkerdagen hebben, wij goeroes van het internet weten het lekker toch altijd beter. En wij hebben óók nog een menselijke databank waarvan de dokter slechts kan dromen. Steevast krijgen wij tijdens gezellige vrienden- en familiebijeenkomsten gedetailleerde input van ervaringsdeskundigen die ons bijpraten over de laatste medische ditjes en datjes. We feesten bijna wekelijks, dus verse medische info snuif ik als een verslaafde junkie met graagte op. Aan die constante kennistoevoer kan een huisarts met z’n armzalige bijspijkerdagen per jaar niet tippen. Bovendien heb ik samen met mijn vrienden een leeftijd bereikt die garant staat voor steeds nieuwe kommer en kwel. Dat maakt ons best vrolijk, want zo blijven we wel helemaal bij de tijd. Aan de knowhow die in al die jaren bijeen gesprokkeld is, kan een medicus nooit tippen!

 

U snapt nu waarom de HALLO-streek zo’n gezonde plek is. Het barst hier van de would-be dokters. Maar……… . Het wordt oppassen geblazen zodra amateurs de diagnose stellen en niet de profs. Hoed u dus voor charlatans, kwakzalvers en internetbetweters. Natuurlijk ben ik hierop de enige gunstige uitzondering. Ik zal u beter maken, wees niet bevreesd. Witgejast, met de stethoscoop bungelend om de nek, zal ik u met ernstige en geleerde blik over mijn hoornen bril aankijken. Al mijn internetkennis gooi ik vervolgens in de schaal en stel haarfijn de diagnose. U lijdt onherroepelijk aan PhPd, weliswaar een milde vorm, maar toch. En bij uw angstige blik zal ik verduidelijken: “U heeft Pijntje hier, Pijntje daar.”

 

 

 

Ben Ubachs

Ben Ubachs werd geboren in Maastricht. Hij was journalist, ondernemer en is nu freelance schrijver. Sinds 2013 woont hij in Baexem. Daar kijkt hij met af en toe gefronste wenkbrauwen om zich heen. Mild en humorvol, af en toe ook wat scherper, legt hij in HALLO Magazine zijn indrukken vast en houdt de lezers een spiegel voor. Feiten en fictie vullen elkaar daarbij naadloos aan.