19 nov 2021ColumnsBen Ubachs

Column: Goed nieuws door Ben Ubachs

Midden Limburg

Wanneer je in een grijs verleden bij een krantenredactie hebt gewerkt, blijft nieuws je in zijn greep houden. De geur van drukinkt en het daverende geluid van roterende persen die elke nieuwe dag verse kranten uitbraken, laten je nooit meer los. Nieuws herhaalt zich eindeloos in een steeds wisselend patroon van feiten en feitjes, en is graag voorzien van een zwart randje. Kennelijk bevalt slecht nieuws beter dan goed nieuws. Zoals zorgen zich makkelijk nestelen en luchthartigheid gauw in de vergetelheid raakt. Het zit waarschijnlijk in onze genen dat zorgelijke voorhoofdrimpels zich eerder plooien dan lacherige kraaienpootjes.

Maar zodra slecht nieuws wordt gebruikt om het eigen ego te vergroten, krijg ik een vreemde smaak in de mond.

Kort geleden hoorde ik een interview van Sven Kockelmann op de radio met het Tweede Kamerlid Kati Piri. Pas één dag ervoor was een onderzoeksrapport verschenen over het Afghanistan-debacle waarbij de Nederlandse overheid had gefaald om tijdig voldoende mensen te evacueren. Kortom een gruwelijk drama met mensenlevens als inzet. Journalist Sven vroeg aan politica Kati of zij wel in zo’n minieme tijd alle 800 pagina’s van dit lijvige rapport had kunnen lezen. “Om half 3 vannacht was ik klaar, en het waren er trouwens 819”. De letter vretende powergirl was hoorbaar zelfingenomen en trots op de door haar volbrachte leesmarathon.

Nu sloeg ik drie dagen eerder de laatste bladzijde om van een roman van 806 pagina’s. U mag van mij aannemen dat de schrijfster, Hilary Mantel, een magistrale en vlotte pen heeft. Daaraan kan het gezamenlijk ambtenarenapparaat van onze miskleunende overheid een dikke punt zuigen. Ondanks Hilary’s soepele schrijfstijl had ik zes weken nodig om het boek uit te lezen. Het had misschien in één week gekund, maar alleen bij verblijf op water en brood in een geluiddichte isoleercel.

Kati Piri is ongetwijfeld heel slim en zal snel en behendig met een vochtige wijsvinger de pagina’s omslaan; mij maak je echter niet wijs dat iemand in zo’n beperkt aantal uren weet waarover een rapport van 819 pagina’s gaat en de nuances ervan doorziet. Daarmee is er volgens mij bij Kati sprake van natte vingerwerk en overheerst scoringsdrift boven zorgvuldigheid. Het onder controle houden van het ego is, zoals Mark Rutte onlangs nog verklaarde, ‘een van de belangrijkste uitdagingen voor een politicus’. Dat de praktijk weerbarstig is, bewijzen de groteske capriolen in Den Haag en omstreken telkens opnieuw.

Profilering blijkt belangrijker dan inhoud en slecht nieuws is hiervoor vaak een kapstok.

 Het leven kan ook heel anders worden geleefd wanneer je de menselijke maat zoekt en het ego loslaat.

Heel dichtbij word je soms aangenaam verrast. Op een mooie herfstdag was ik in de buurt van het Samen Zorgen Huis in Baexem en maakte een wandelingetje door de prachtige tuin van het voormalige zusterklooster Mariabosch. Het dunne licht van een voorzichtig herfstzonnetje viel door de kalende boomkruinen en straalde betoverend een kleurenpalet van roestige bladeren aan. Schoonheid ligt soms op armlengte. Ik slenterde naar een robuuste, houten zitbank op een schaduwrijke plek onder een dikke boom. In het midden van de rugleuning bevond zich een klein wit plaatje met het opschrift

“Jullie zeen geweldig, bedanktj veur alles. Hoje hé.” Was getekend: Mart Nieskens 14-7-2020.

Mart stond altijd klaar voor zijn gezin en voor wie hem nodig had. Zonder poespas. In het Samen Zorgen Huis in Baexem was hij zijn laatste maanden gastbewoner geweest. Zelf heb ik het genoegen gehad enkele jaren samen met hem te mogen biljarten. Een fijne kerel waaraan ik de beste herinneringen houd. Toch had ik van Mart’s bank in de paradijselijke kloostertuin niet eerder gehoord. Ik werd er blij van, en ontroerd. Vooral moet ook goed nieuws gelezen worden.

 

 

 

 

 

Ben Ubachs

Ben Ubachs werd geboren in Maastricht. Hij was journalist, ondernemer en is nu freelance schrijver. Sinds 2013 woont hij in Baexem. Daar kijkt hij met af en toe gefronste wenkbrauwen om zich heen. Mild en humorvol, af en toe ook wat scherper, legt hij in HALLO Magazine zijn indrukken vast en houdt de lezers een spiegel voor. Feiten en fictie vullen elkaar daarbij naadloos aan.