21 mrt 2020ColumnsQuirien van Haelen

Column: Ik pas... door Quirien van Haelen

Leudal

Mijn opa was vroeger een nogal fanatieke roker, maar tijdens de vastenperiode raakte hij geen sigaret of sigaar aan. Hij ademde zelfs niet in als er een andere roker in de buurt was. Op de laatste dag van de vastentijd legde hij rond elf uur ’s avonds een rij kundig gedraaide sigaretten klaar en om klokslag twaalf uur stak hij bij het licht van het peertje boven de keukentafel de eerste sigaret aan.

Dan rookte hij de halve nacht door tot alle sigaretten en sigaren op waren en kroop hij misselijk het bed in. De paasdagen moeten voor hem niet alleen in het teken gestaan hebben van kerkbezoek en eitjes rapen, maar ook van eindelijk weer roken.

 

Ik wilde dit jaar ook eens vasten na vastelaovend.

 

Vasten is nooit echt mijn ding geweest. Ik heb op zich niks tegen een periode van intensief feesten, maar het vasten dat daarop traditioneel hoort te volgen, houd ik meestal niet langer dan een weekend vol. Als ik er überhaupt al aan begin. Het helpt daarbij niet mee dat ik niet religieus ben. Daardoor heb ik niet het gevoel dat ik aan een hogere macht verplicht ben om me in te houden met eten en drinken.

 

In het decreet van de Nederlands Bisschoppenconferentie uit 1989 werd bepaald dat aan de plicht tot vasten in de veertigdagentijd en tot onthouding op de vrijdagen kan worden voldaan, door zich in eten en drinken, in roken of in andere genoegens duidelijk te beperken. Ik heb in principe niks tegen een paar weken bezinning, maar 40 dagen duidelijk beperken in eten, in drinken, in roken en andere genoegens dat gaat wel wat verder. Die regels zijn trouwens ook niet een echt voor mij bedoeld, omdat ik niet religieus ben. Bovendien rook ik niet, dus moet ik me nog harder beperken in eten en drinken.

 

Misschien ben ik wel van plan om te vasten omdat iedereen het tegenwoordig doet. De laatste jaren lijkt het steeds meer de norm te worden dat je na vastelaovend ook even terugschakelt en die maatschappelijke druk voel ik ook als ongelovige. Limburg lijkt, althans op sociale media, massaal te vasten en te minderen. Het liefst doen we dat ook nog eens voor het grote publiek, naar voorbeeld van bekende Limburgers als Big Benny en Tim op het Broek die voorgaande jaren dagelijks moeilijke #ikpas-momentjes deelden op Insta. Je kunt je op allerlei sites registreren en krijgt dan aanmoedigingsberichten die je helpen met niet drinken, eten of roken. Maar het idee dat het publiekelijk moet, staat me juist een beetje tegen.

 

Als je op sociale media zet dat je de uitdaging aangaat, moet je ook wel écht en kun je niet meer halverwege terugkrabbelen. Aan de andere kant, als het die bekende Limburgers lukt, dan moet het mij ook lukken. Als ik al besluit mee te doen natuurlijk.

Misschien moet ik net als mijn opa een soort beloning voor mezelf bedenken.

Ik stel me voor dat ik op de laatste dag van de vastentijd ‘s avonds om 23.54 een côte de boeuf van een halve kilo in de roomboter leg. In de koelkast liggen al enkele speciaalbiertjes, waaronder in elk geval een Haelense Royale Rakker Grand Cru, een Roermondse Linxpoot en een paar flesjes Hellegijt uit Weert. Natuurlijk heb ik er daar ook al een van ingeschonken. Om klokslag 12 uur is de Côte du boeuf perfect bleu en eindig ik het vasten met een schranspartij waarbij de schilderijen van de zestiende-eeuwer Pieter Aertse sober aandoen, want er stond ook nog een pekingeend in de houtoven en een paar halve meters malse ribjes.

 

Misschien lukt het deze keer allemaal wel met dat vasten en ben ik net zo sterk als mijn opa. Ondanks het feit dat ik het in het verleden nooit langer dan een week volhield, ondanks het feit dat ik het niet vanwege mijn religieuze overtuiging zal doen en ondank het feit dat ik me nergens op een website ga aanmelden. Of het gaat lukken weet ik nog niet, want ik schreef deze column aan de vooravond van vastelaovend, bijna een week voor Aswoensdag.  Het zou een succes kunnen worden, maar als ik de column zo eens teruglees, acht ik die kans maar klein. Ik word vooral heel enthousiast van die schranspartij aan het eind.

 

 

 

Quirien van Haelen

Quirien van Haelen (1981) is dichter, docent en columnist. Hij publiceerde diverse dichtbundels, was columnist en presentator bij L1 en poëziecolumnist bij Radio 1. Vanaf het eerste nummer van HALLO Magazine schrijft hij columns voor dit platform, vaak met humoristische inslag. Zijn columns zijn populair van Nederweert tot Heibloem. Van Neer via Thorn naar Maasbracht. De Maas over en een bezoekje bij de Belgische buren waar zijn columns ook geliefd blijken te zijn.