ColumnsMarcus Vankan

Column: De musketier die nooit stierf door Marcus Vankan

Midden-Limburg

In mijn jonge jaren verslond ik graag avonturiersboeken. Boeken zoals “Arendsoog en Witte Veder” en de boeken van Jules Verne waarin je op reis ging rond de wereld, naar het diepste van de oceanen of naar de maan, zonder Apollo of Artemis programma. 

Hier hoorde ook het beroemde werk van Alexandre Dumas bij namelijk "De drie musketiers". Het boek is een klassieke avonturenroman over vriendschap en intriges in het 17e-eeuwse Frankrijk. De jonge D'Artagnan reist naar Parijs om musketier te worden en sluit vriendschap met Athos, Porthos en Aramis. Samen met de spreuk "Eén voor allen, allen voor één!" beschermen zij koning Lodewijk XIII tegen kardinaal Richelieu.

Gewapend met een stok en een tafelkleed werd menig scène uit het boek nagespeeld met vriendjes op het schoolplein. 

De fascinatie voor het boek werd onlangs weer levendig gevoed, toen ik op een doordeweekse dag in een graf keek, dat was blootgelegd in de kerk in Wolder, te Maastricht. Ik mocht gast zijn bij het pastorale team aldaar. Voor mij lag in deze kuil het skelet van een man, die erg belangrijk moet zijn geweest. Want hij lag begraven voor de trappen van het oude priesterkoor, waar later door allerlei verbouwingen de huidige de Sint-Petrus-en-Pauluskerk prijkt.

 

Al enkele dagen eerder werd het stoffelijk overschot gevonden en blootgelegd. Dit moest toch wel een bijzonder iemand zijn. Een munt, geslagen door de prins bisschop van Luik, die bij zijn lichaam lag en later een gevonden musketkogel ter hoogte van de hals en schedel, het zou wel eens kunnen, dat het hier zou gaan om de Franse musketier Charles de Batz de Castelmore d'Artagnan, zoals hij voluit heette, 

 

D’Artagnan sneuvelde op zondag 25 juni 1673 tijdens de belegering van Maastricht, waar het Franse leger van Zonnekoning Lodewijk XIV de stad probeerde in te nemen. Hij werd dodelijk getroffen, in de buurt bij de Tongersepoort, door een musketkogel die hem aan de voorkant (la gorge) raakte. 

 

Lodewijk schreef op de avond van diezelfde noodlottige zondag in een brief aan zijn vrouw: 

"Madame, ik heb d'Artagnan verloren, in wie ik groot vertrouwen had". 

De trouwe musketier, ooit spion in dienst van kardinaal Mazarin, de opvolger van Richelieu en vertrouweling van Lodewijk XIV werd in de buurt van het tentenkamp van de zonnekoning begraven in Wolder dichtbij de oude dorpskerk. Die kerk werd naar alle waarschijnlijkheid aangewezen als de laatste rustplaats van d’Artagnan. 

DNA dat van het skelet is ontnomen wordt nu in Deventer onderzocht. Men hoopt dat men zo meer te weten kan komen over de bouw, de afkomst en bijvoorbeeld de voeding van deze man.

 

De ontdekking maakte wat los, de wereldpers vond zijn weg naar Wolder. Het spreekt tot verbeelding. 

Want, los van de roman, die historisch wal nog kant raakt, spreekt het verhaal aan. 

Een verhaal van een man die staat voor eer, loyaliteit en plicht. De jongeman in de roman die zich wilt impulsief wilt bewijzen maar met vallen en opstaan leert dat vriendschap en vertrouwen belangrijker is. 

De jongeman die musketier wilt worden wil het goede doen, maar maakt fouten—dat maakt hem menselijk en geloofwaardig. Ze kiezen vaak voor wat juist is, zelfs als dat persoonlijk moeilijk is. Juist in onzer tijd hebben we mensen nodig die ons inspireren. Kwetsbaar en broos, met een stuk zelfreflectie in je hart. 

Tussen al die ego’s in politiek, kerk en maatschappij, hebben we vredevorsten nodig, 

mensen die de dialoog willen aangaan. 

Marcus Vankan