Columns

Column: Fatsoensnormen, door Werner Bloemers

Midden Limburg

Het voordeel van schrijven is dat je dingen kunt beschrijven in je eigen woorden. Dingen van alledag, zoals hetgeen wat je partner en kinderen meemaken, wat onze lieve heer allemaal voor ons in petto heeft, waarmee men zijn tijd om weet te krijgen en welke obstakels men – letterlijk en figuurlijk – op zijn of haar reizen kan tegenkomen.  Je kunt ook dingen gaan bagatelliseren of nuanceren. Of op die manier zelf een woord toevoegen dat de ene zin qua klank kan onderscheiden van de ander. Net alsof je je eigen Symphony in G van Mozart in elkaar zet.

Ik ging een tijdje geleden naar het Moulin Blues-festival in Ospel. De laatste jaren neem ik steevast dezelfde betrouwbare tolk Nederlandse Gebarentaal  mee. Zij helpt mij met communiceren in de donkere tenten en kent de weg, ook in het sociale kringetje. Ze weet wie mijn vrienden zijn en wie mijn bekenden zijn. En als ik even een rendez-vous met een knappe festivalbezoekster heb, knijpt zij even een oogje dicht. Dat is toch geweldig? Stel je eens voor dat je beperkt zou zijn in horen én zien, dan zou je dit van harte aanmoedigen, niet dan?

En dan hoor ik, of eigenlijk dus mijn tolk, een bekende roepen: ‘Ha, daar is Werner met zijn mokkel!’ Dat soort uitingen stuit mij hoe dan ook schromelijk tegen de borst. Ik roep toch ook niet tegen Piet, Jan of Kees: ‘Daar is die of die met zijn mokkel!’ is het niet zijn vrouw, zijn vriendin, zijn minnares, zijn zus of nog erger zijn moeder. 

Dat roep je toch niet? 

Maar er zijn nu eenmaal genoeg mannen die zich met hun onvolkomenheden in de strijd willen gooien om maar ergens indruk op te kunnen maken, wat uiteindelijk toch maar kwetsbaar en beledigend is. Dit soort zaken krijgen tolken vaker te horen als er drank in het spel is, terwijl zij gewoon voor hun boterham aan het werk zijn. En als er flink doorgedronken wordt (ja, ook de vrouwen kunnen dit soort dingen uiten), worden er ook nog seksgebaren gemaakt. Kun je het voorstellen? Je komt ergens met een tolk en die tolk wordt dan onheus bejegend of krijgt een gevoel in die richting als men zijn boekje te buiten gaat of dreigt te gaan.

En wees maar gerust, beste heren. Ik ga geen namen noemen, want ik blijf nog altijd jullie beste vriend

Maar mag het wat minder en fatsoenlijker met al dat geroep en gebaar. Ik ben heus geen moraalridder en hou zeer zeker van het vrouwelijke schoon, maar ik ga mezelf niet op een uiting  of handeling zitten betrappen, waarvan ik later spijt van kan krijgen. Dat soort dingen heb ik in de loop der jaren wel op zijn plaats gezet. Wie respect zal oogsten, zal immers ook respect krijgen. En nogmaals, wees maar niet bang. In het Ospelse land valt het eigenlijk reuze mee. Maar als een tolk of begeleider in de rest van het land zijn werk tussen de hitsige of dronken meute moet doen, kan het weleens veel harder uitpakken. Het is gewoon vergelijkbaar met die mannen die fietsters of wandelaarsters of toeristes of weet ik het vaak naroepen of nafluiten. Dat is in het begin wel leuk, maar later wordt het gewoon irritant. 

Zeker als je dan beseft dat als de ene persoon zich als de een of andere aanjager gaat profileren, de rest vanzelf zal volgen. Doen zij dit om buiten de boot te vallen of omdat ze gewoon geen fatsoen hebben met hun door drank ingegeven kleffe handelingen? Dat is toch nergens voor nodig? Wees gewoon jezelf. Door schade en schande leer je jezelf het beste kennen.

Doven, slechthorenden en doofblinden krijgen het vaak niet mee als er iets naar hun geroepen of gebaard wordt, maar hun tolken en begeleiders wel.  En die moeten gewoon op een fatsoenlijke manier hun werk kunnen doen. Help jij ook mee?

 

Anja Baats-Vossen