ColumnsBen Ubachs

COLUMN: Krapéren door Ben Ubachs

Midden-Limburg

Het loopt alweer tegen het eind van augustus en de schoolvakanties zijn nagenoeg voorbij. U heeft er hopelijk een paar mooie weken opzitten, doorgebracht in het verre buitenland of korter bij huis. Even weg uit de sleur van alledag. En wanneer u thuis bent gebleven, onder ons eigen stralend Midden-Limburgs zonnetje, heeft u in elk geval geen last gehad van vervelende buitenlandse verrassingen. Want laten we wel wezen, wanneer je de vliegschaamte voorbij bent en een vakantie ver uit de buurt boekt, betekent dat niet automatisch een droomvakantie vol onvergetelijke superlatieven. Brandende hitte en verwoestende overstromingen kunnen roet in het eten gooien. Of er zijn incidenten als een haperende vliegtuigmotor tijdens het eilandhoppen boven de Filipijnse archipel. Ik verzin maar wat. Begrijp me goed, ik ben er niet op uit om de toeristenindustrie een poot uit te draaien en de lezer de reis naar verre, vreemde bestemmingen uit het hoofd te praten. Zeker niet. Blijf vooral de wereld ontdekken en leer van andere volkeren en culturen. Alleen door communicatie over en weer worden drempels geslecht. Onbegrip is er wereldwijd al meer dan genoeg. 

Echter, met het klimmen der jaren neemt het verlangen naar exotische oorden af en zoek je vakantieplezier wat dichterbij huis. Zo waren wij een weekje in Drenthe. Een mooie provincie, toch net weer wat anders dan Limburg. De Hondsrug, een langgerekte heuvel die niet hoger komt dan 31 meter boven NAP, reikt weliswaar niet zo hoog als de Vaalserberg maar dat zegt niks. In Limburg zijn we weer niet competitief met het Himalaya-gebergte. Ik bedoel maar, je hebt altijd baas boven baas. Het Drentse landschap met zijn heidevelden en bosranden is schitterend om doorheen te fietsen en verrast telkens opnieuw met zijn verstilde schoonheid. Zwerfkeien en Hunebedden brengen je duizenden jaren terug naar de Trechterbekercultuur toen de eerste bewoners in prehistorische grafkamers werden bijgezet. De tijd lijkt te hebben stilgestaan en je verbaast je mateloos hoe men de loodzware stenen vernuftig wist te stapelen. 

En hoe relatief is tijd. Het is ongeveer 70 jaar geleden dat ik voorzichtig de eerste vakantie-ervaringen opdeed. Van luxe of gemak was nog geen sprake, van behelpen des te meer. Pa en ma hadden een voorliefde voor het stroomgebied van de rivieren de Ourthe en de Vesdre in Wallonië, slechts een kilometer of 30 zuidoostelijk van Maastricht. Stevige heuvels en snel stromende beken met kristalhelder water vormen hier het panoramische landschap aan de rand van de Ardennen. Vooral door de eerste voorzichtige kennismaking met de Franse taal voelde je als jong kind de betovering van een vreemd, ander land. Het waren geen comfortabele hotels waar we naar toe gingen, maar primitieve campings, slechts voorzien van het allernoodzakelijkste. De naoorlogse economie was aan het opkrabbelen en wij krabbelden jarenlang heel hard mee. 

Tijdens de schoolvakanties kregen we een soort van commandotraining  wanneer het gezin gedurende een week of drie werd gedropt op een hobbelige wei langs een of andere Waalse beek. 

Die wei heette dan camping. Pa had een tweedehands tent op de kop weten te tikken, en deze enthousiast met naald en draad weer gebruiksklaar gemaakt. Het geval kreeg het predicaat “bungalowtent”. Er was ook een los, tamelijk passend grondzeil bij. Met de watersnoodramp nog vers in het geheugen groeven mijn oudere broer en ondergetekende beurtelings met een pioniersschop een stevig greppeltje om dit paradijselijk onderkomen heen. Hevige plensbuien dreigden het povere interieur anders weg te spoelen. Mijn broer en ik noemden de jaarlijkse recreatie tijdens de schoolvakantie “krapéren”. Een taalkundige noviteit. Het was geen kamperen en ook geen creperen maar van allebei een beetje. Met krapéren zijn we groot geworden. Met warmte denk ik er aan terug. 

Ben Ubachs

Ben Ubachs werd geboren in Maastricht. Hij was journalist, ondernemer en is nu freelance schrijver. Sinds 2013 woont hij in Baexem. Daar kijkt hij met af en toe gefronste wenkbrauwen om zich heen. Mild en humorvol, af en toe ook wat scherper, legt hij in HALLO Magazine zijn indrukken vast en houdt de lezers een spiegel voor. Feiten en fictie vullen elkaar daarbij naadloos aan.