VerhalenAqua Media Adviseurs

Uitdrukking geven aan de volheid van het leven

Uitdrukking geven aan de volheid van het leven

Truus Coumans: ‘Alleen werk uit liefde kan vele vruchten voortbrengen’

‘Ik ben geen kunstenares’ zegt Truus Coumans ergens halverwege ons gesprek. Zo geïsoleerd wekt die uitspraak wel enige bevreemding. Zeker wanneer we om ons heen kijken in haar atelier in Haelen. Naast een werkplaats is ‘’t Achterhoes’, ooit in vijf jaar tijd gebouwd door haar inmiddels overleden echtgenoot Jos, veel meer dan dat. Een galerie, een museum, een bibliotheek. De plek ook waar ze slaapt, leeft en mensen ontvangt, omringd door beelden en schilderijen van haar hand.

Haar uitspraak wordt nog opmerkelijker voor wie beseft, dat wat we hier in Haelen zien maar een fractie is van het levenswerk van Truus. Het oeuvre van het meisje dat op de lagere school ooit géén punt voor tekenen kreeg omdat het cijfer tien niet gegeven werd en dat pas veel later de klei ontdekte, is op haar 85e te omvangrijk om te benoemen.

Zelfs mensen die Truus nooit ontmoet hebben, kennen waarschijnlijk wel één of meerdere van haar creaties: het Roggelse paardje, de spelende kinderen in Maasbracht, de heks Hyacinthe of het beeldje van Maria Goretti in Roermond.

Haar werk kreeg erkenning en is te vinden in de hele provincie, door het hele land én in het buitenland.

Truus gaf les op colleges en highschools in de Verenigde Staten, terwijl ze zelf nauwelijks kunstonderwijs kreeg.

Welkom

Waarom zegt ze het dan zo stellig? Is het omdat ze in de eerste plaats mens is, zoals ze echtgenote was en moeder is van drie kinderen? Dat beeld komt in ieder geval naar voren uit het boek ‘Met hart en handen’, in 1980 geschreven door Ans van Goch bij gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Truus. Een treffende titel zo zal blijken, gelet op de wijze waarop zij ook vijfendertig jaar later nog in het leven staat.

Wat naast, of misschien zelfs nog vóór, de waardering ten aanzien van haar creativiteit dan ook uit dit boekwerk spreekt, zijn gevoelens van warmte en dankbaarheid. Voor Truus als persoon, voor haar wijsheid en - steeds weer - vooral ook voor haar gastvrijheid, voor jong en oud. Werkelijk iedereen is welkom in ‘’t Achterhoes’, wat die ruimte nóg een andere betekenis geeft: die van inloophuis.

Zegening

‘Ja, je mag hier roken.’ Van pret glimmende ogen in een generfd gezicht, dat op zich al geboetseerd lijkt en ondanks de doorlopende lijnen van het leven een opvallende jeugdigheid uitstraalt. Truus steekt zelf ook een Lucky Strike op. Er zullen er nog vele volgen. Noci de hond zit er al even bedaard en belangstellend bij als het baasje. Koffie lijkt beter dan ooit te smaken.

‘Christus Mansionem Benedictat’ lezen we boven onze hoofden. De oude, katholieke huiszegening waarbij de eerste letter van ieder woord tevens de eerste letter is van de naam van één der drie koningen, die Jezus bij zijn geboorte kwamen eren. In een andere hoek: ‘Geloof, Hoop, Liefde’. Tevens de naam van een tv-programma, waarvan de makers kort geleden op visite kwamen bij Truus.

Men bleek vooral geïnteresseerd in een verhaal over haar jeugdliefde voor een protestantse jongen. Dat was in die tijd verboden voor een katholiek meisje en Truus werd dan ook gedwongen de relatie te beëindigen.

Brieven en foto’s moest ze verbranden. Dat kon ze niet, waarop ze een vriendin vroeg het voor haar te doen. Die vriendin hield echter één foto achter, die ze jaren later aan Truus teruggaf.

Tolerantie

Bij menig mens zou een dergelijke ervaring voldoende zijn geweest om de buik vol te hebben van religieuze zaken. Dat is bij Truus duidelijk niet het geval. Waar ze met haar creativiteit vorm geeft, laat zij zich vooral door de spirituele inhoud inspireren. De verschillende wereldse verpakkingen van de boodschap zijn daarbij geen hindernis, integendeel. Zoals haar boekenkast gevuld is, met diverse religieuze studies tot de psychologie van Jung en de filosofie van Blavatsky, zo pluriform zijn ook haar scheppingen uit klei, koper, steen of brons.

We ontdekken net zo veel invloeden uit oosterse levensbeschouwingen of de Indiaanse cultuur, als uit de mythe van Atlantis en de christelijke overtuiging. De lijkwade van Turijn sprak letterlijk al tot haar verbeelding, maar evenzeer waren de Tarotkaarten al een inspiratiebron tot een reeks sculpturen. Er gaat een openheid en tolerantie van uit, waarmee Truus mensen zelf ook tegemoet treedt.

Of zoals ze het met haar kenmerkende eenvoud onder woorden brengt: ‘We leven toch allemaal op deze aarde?’

Het zijn, zo lijkt het, vooral kinderen die een speciale plek in haar hart hebben.

Jeugdheilige

Zo vertelt Truus met veel warmte het verhaal hoe haar beeldje van Maria Goretti tot stand kwam. Maria Goretti is een Italiaanse jeugdheilige en patrones van jonge meisjes, alsmede van slachtoffers van aanranding en verkrachting. Op elfjarige leeftijd, in 1902, werd zij met veertien messteken verwond door Alessandro Serenelli. Twee dagen later stierf zij in het ziekenhuis aan haar verwondingen, met een kruisbeeld en een medaillon van Onze-Lieve-Vrouw in haar handen, nadat zij haar belager vergeven had. De moordenaar werd veroordeeld tot dertig jaar gevangenis.

Eenmaal vrij vroeg hij, tijdens Kerstmis 1937, ook Maria’s moeder om vergiffenis. Zij gaf hem die direct. Serenelli trad daarop als lekenbroeder in bij de Kapucijnen, waar hij in 1970 vredig stierf. Maria Goretti was in 1950 al heilig verklaard door paus Pius XII. Zowel haar moeder als haar moordenaar waren bij die ceremonie aanwezig, een unicum.

Knödelke

Het beeld van deze Maria Goretti maakte Truus, naar haar gewoonte, gedurende enkele middagen op een school in de wijk waar het nu staat. Zo konden de kinderen niet alleen zien hoe het beeld onder haar handen tot stand kwam, maar kregen zij ook een band met Maria en haar verhaal. Zij kwamen zelfs met armbanden, sieraden en strikken voor in het haar van het verbeelde meisje. Die moesten er uiteindelijk wel weer af. Maar de kinderen mochten ook zelf aan de slag. En plots was daar dat jongetje, met een hompje klei in zijn hand.

‘Het was nog maar zo’n ‘knödelke’. Dus ik vroeg hem wat hij aan het maken was’ vertelt Truus, nog steeds zichtbaar ontroerd ondanks de sinds die tijd vervlogen jaren. ‘Ik maak een ‘duufke’ voor in haar hand’, zei het kind op haar beeld wijzend. Het bleek dat de oom van het joch duiven hield. Truus gaf het kleine mannetje daarom en beetje was mee én de opdracht om bij zijn oom goed te gaan kijken hoe een duif er uit ziet. ‘Na de middag kwam hij terug en toen leek het al heel aardig. Ik heb het op de hand van Maria geplaatst en zo gegoten.

Pas later bedacht ik dat de symboliek van die duif misschien nog wel mooier was dan de roos of lelie die ik in gedachten had.’

Geloof

‘Ik ben nou eenmaal katholiek opgevoed omdat ik hier geboren ben. Ik zal ook nooit wat anders worden. Niet dat ik nou veel naar de kerk ga. Daar heb ik trouwens helemaal geen tijd voor' zegt Truus. 'Maar bidden doe ik wel iedere dag.

Mensen die nergens in geloven, of daar misschien alleen maar niet over praten, mag je overigens niet zomaar aan de kant schuiven. Die kunnen net zo goed een heel diep denken bezitten.

Maar dat kun je alleen maar te weten komen door met hen in gesprek te gaan. Voor de rest komt alles wat je moet weten vanzelf wel op je pad. Op het moment dat jij er aan toe bent.’

Amateur

Toch willen we nu heel graag weten van Truus waarom we haar geen kunstenares mogen noemen. ‘Ik ben amateur’ verklaart ze ferm. ‘Want een amateur doet, wat het dan ook is dat hij of zij doet, allemaal uit liefde. En alleen wanneer je vanuit liefde werkt, kan dat werk veel vruchten voortbrengen. Daarom is ‘met hart en handen’ inderdaad mijn devies en daarom klei ik nog steeds. Én omdat ik het niet kan laten. Eerst was er de klei, pas later leerde ik dat andere doel goed kennen: uitdrukking geven aan spiritualiteit en de volheid van het leven.’

Pijn

‘De beelden komen tot mij. Zoals de nieuwe aartsengel die je daar op tafel ziet staan. Die mocht ik zo maken: met een open, gouden hart. Zo is elk beeld is een gave. Een gave met een verhaal. Ik mág het maken en daar ben ik elke keer weer dankbaar voor. Dat is héél voornaam weet je, dat je “dank je wel” zegt voor wat je voelt en krijgt. Zelfs voor de pijn. Of het nu fysiek of hartenpijn is, uiteindelijk zal blijken dat je er door groeit.’

Elite

Pijn deed het ook toen Truus al vroeg merkte hoe er in de ‘hogere kringen’ met kunst werd omgegaan: als belegging in plaats van beleving. Van de Jan van Eyk-academie in Maastricht heeft ze alleen een getuigschrift. Ze kreeg er drie jaar cultuur-esthetische vorming. ‘Daar heb ik veel geleerd’ zegt ze. Het gezicht van Truus spreekt daarbij boekdelen. ‘Er liep daar zelfs een professor rond die tegen ons zei: “Wij, elite, intellectuelen, wij weten dat arbeiders derderangs mensen zijn”. Verschrikkelijk als ik daar nog aan terugdenk. Wat was ik kwaad! En ik word er nog emotioneel van. Maar eigenlijk vind ik het nu vooral erg voor die mensen zelf, die zo denken.’

Status

Het voorval heeft haar leven en succes verder dan ook niet in de weg gestaan. Maar daarover wil Truus verder niet al te veel uitweiden. Dat er beelden van haar staan in zowel Kaapstad, Kopenhagen als Buggenum, de prijzen die ze kreeg; ze praat er met een boogje omheen. Truus voelde zich op een woonwagenkamp net zo op haar gemak als bij prinses Juliana op Soestdijk. Ze heeft waarschijnlijk te veel gezien, gehoord en meegemaakt om nog waarde te hechten aan iets als status.

Ziel

Typisch voor het werk van Truus zijn de open ogen van haar beelden. We zien het bijvoorbeeld duidelijk terug bij een beeldje van Gerardus van Wittem als kind. De patroonheilige van onder andere de zwangere vrouwen staat oog in oog met Maria, die hem haar kindje geeft. Voor Truus is dat stijlkenmerk logisch: 'Ik moest het zo doen, hoewel het volkomen nieuw was. Ik heb er in Amerika zelfs lessen over gegeven. Voor mij stond het vast dat het zo moest; het is immers de ziel die uit de ogen spreekt.'

Concreet

Het is inmiddels duidelijk geworden dat Truus een oprechte betrokkenheid heeft met iedereen die zij ontmoet, met de wereld. Maar hoe moeilijk is dat wanneer die wereld zo veranderlijk is, waarbij de televisie en kranten ons dagelijks overspoelen met honger, oorlog en andere ellende? 'Kijk, zoiets als die aardbeving laatst, verschrikkelijk, maar dat is de natuur. Daar kan niemand wat aan doen. Als mensen tegenover elkaar staan als tegenpolen, tja, dan kan ik bidden. En beeldjes maken. Zoals jij je woorden schrijft, zo maak ik mijn beeldjes. Verder kan ik niets concreet.'

Bij het afscheid denken we nog even na over de betekenis van dat laatste begrip, zoals het woordenboek die geeft: 'aan een vorm of voorwerp gebonden'. Op de tafel van Truus staat haar beeld van die dag nog te drogen: een engel van dankbaarheid.