De kerstvakantie is een ideale tijd om eens een stevige boswandeling te maken. Zeker na de soms verplichte familiedagen op eerste en tweede kerstdag en bijbehorende (vr)eetmomenten is het een weldaad voor het lijf om eens in beweging te komen en de buitenlucht op te zoeken. Kerst is een tijd van verhalen en daarom maken we een sagenwandeling door het Leudal. We starten vanaf de St. Petruskerk van Roggel.
Eedbrekers
Niet voor niets starten wij vanuit dit godshuis in de kern van Roggel (de auto kan eventueel op het achter de kerk gelegen Pietersplein worden geparkeerd). Het volksverhaal over een meisje dat lang geleden een vat olie aan deze kerk beloofde, is als één van de weinige Limburgse sagen onder de titel "De straatvlinder van Roggel" in het boek De mooiste sagen en legenden van Nederland opgenomen.
In het dorp zelf is het verhaal vrijwel onbekend. Het is waarschijnlijk de reden dat er enkele jaren geleden een "waterknikker" in het centrum is geplaatst om Roggel in de toeristische vaart der volkeren op te stoten, terwijl er een beter alternatief voorhanden was. Enfin, oordeel zelf en luister maar eens naar deze sage. Een meisje in Roggel had verkering en haar vrijer bleef maar aandringen om met hem te trouwen. Ze was echter niet zeker van haar zaak, en om zijn liefdesvuur voorlopig te blussen beloofde ze hem eeuwige trouw. Mocht ze deze eed verbreken, zo probeerde ze haar geliefde nog meer gerust te stellen, dan zou ze aan de kerk een ton olie schenken voor de godslamp. De liefde hield helaas geen stand en uiteindelijk trouwde ze met een ander.
Ze vergat haar belofte en het uur van de afrekening kwam toen ze veel te vroeg stierf, vermoedelijk door kraamkoorts zoals zovele jonge vrouwen in die tijd, en geconfronteerd werd met haar lichtzinnige gelofte. Het is de harde les die deze sage probeert over te brengen: eedbrekers vinden geen eeuwige rust en er gelden geen, zoals in onze rechtspraak, verzachtende omstandigheden. En zo was zij gedoemd als geest te dolen. Zij probeerde haar familieleden te overreden om alsnog haar schuld aan de kerk in te lossen, maar toen ze merkte dat ze doof bleven voor haar verzoek werd ze zo door wanhoop gekweld, dat ze het hele dorp met haar klaagzang begon te teisteren. Ten einde raad werd de hulp van een pater (een ghostbuster avant la lettre) van het klooster St. Elisabeth te Nunhem ingeroepen, die de geest op wist te sluiten in de Groaveberg, een ruige verhoging in het midden van het Leudal langs de Zeilsterbeek.
Daar hoort men de stem van de gekwelde ziel nog weleens roepen: "Ze konden mij helpen, maar deden het niet". De drie plekken van dit volksverhaal vormen de ruimtelijke grenzen waarbinnen onze sagenwandeling plaatsvindt: St. Petruskerk te Roggel, St. Elisabethsklooster te Nunhem en Groaveberg te Neer.
Mongoloïde kinderen
We gaan op weg naar het St. Elisabethsklooster. Loop langs de Roggelse Beek, over het Bevelandse bruggetje naar de Hees, of Oppe Haes in goed Roggels, aan de westelijke rand van het Leubos. Vroeger lagen de lemen, armoedige boerderijtjes in dit gebied ver van Roggel verwijderd en vooral in de winter waren de onverharde wegen slecht begaanbaar. Helemaal geïsoleerd van het dorp en de wereld zochten de buren in het weekend elkaar graag op en rookten dan aan het haardvuur een pijp onder het genot van een goed glas bier. Op een avond kwam er een klein mannetje binnengelopen.
Het aangeboden bier sloeg hij af, want hij zei dat hij nog nooit alcohol had gedronken. Hij dronk liever een kopje gekookte melk. Toen één van de boeren vroeg wie hij eigenlijk was, kreeg hij het vreemde antwoord: "Maar weet jij dat niet, ik ben in hetzelfde bed geboren waarin jij ook bent geboren". Toen hij zijn kopje warme melk had opgedronken verdween hij, de boeren in opperste verbazing achterlatend. Sinds het kabouteronderzoek van de Maasbreese schrijver Ton van Reen, waarin hij stelt dat kabouters eigenlijk afgewezen mongoloïde kinderen zijn, kunnen we een beetje bevroeden wat de kleine vreemdeling heeft bedoeld. Vermoedelijk is ook hij vanwege zijn kleine gestalte verstoten door zijn ouders; een daad die natuurlijk niet aan de grote klok werd gehangen.
Dat kabouters ook heel oud konden worden, wordt duidelijk als we over het brede bospad naar boerderij Kloosterhof bij klooster St. Elisabeth wandelen. Ook daar kwam eens een kabouter spontaan op visite. Toen de boer van de pachthoeve aan de dwerg vroeg hoe oud hij eigenlijk was, kreeg hij als antwoord: "Ik ben zo oud als het Leudalwoud dat ik drie keer heb zien kappen”. Toen de vriendelijke boer warme melk, een typisch kabouterdrankje, in een eierdopje schonk, was de kleine gast hogelijk verbaasd en gaf te kennen dat hij ondanks zijn hoge leeftijd dit nog nooit had gezien. Hij heeft zich daarna nooit meer aan de boer laten zien, maar als dank voor de warme melk kwam de kabouter 's nachts de boer stiekem helpen met het dorsen van het koren.
Hazenpad
Mits de poort open is kunnen we door de bomentunnel (berceau) naar klooster St. Elisabeth lopen. Het St. Elisabethspad (een voet- en rolstoelpad) op het kloosterterrein gaat langs het café annex Leudalmuseum verder en sluit aan op het "Lange Paad", een oude, middeleeuwse verbindingsweg tussen Heythuysen en Neer. In lang vervlogen tijden werd op dit zandpad in de kerstnacht een pater van het St. Elisabethsklooster, die op weg was naar het vrouwenklooster Keizerbosch in Neer om de mis te lezen, overvallen door een struikrover. Dat sommige paters van dit klooster over bijzondere krachten beschikten, hebben we al eerder kunnen lezen. Misschien was het wel dezelfde kloosterling.
Met zijn blik wist hij de bandiet te verstijven, zodat deze geen stap meer vooruit of achteruit kon zetten. Toen de pater de volgende kerstochtend terugkwam van Keizersbosch stond de rover nog steeds in dezelfde houding. Bij het passeren werd de ban gebroken en koos de bandiet snel het hazenpad en had hij zijn lesje wel geleerd: misdaad loont niet. We lopen richting Neer en als we de Leumolen in zicht krijgen, buigen we af. Een beeld van de heilige Britse prinses Ursula staat in een nis boven de deur van de watermolen, ter vervanging van een veel ouder houtwerk. Dit oorspronkelijke beeld was afkomstig uit het St. Elisabethsklooster, maar Franse revolutionairen gooiden in 1795 toen het klooster werd geconfisqueerd, het houten heiligenbeeld in de beek. Gelukkig wist stroomafwaarts de molenaar van de Leumolen het beeld uit het water te vissen en sindsdien wordt de molen ook de St. Ursulamolen genoemd. We vervolgen het pad achter de Leumolen naar de Litsberg.
Sjansebossen
We dalen bij de Litsberg af en nemen het betonnen bruggetje over de Leubeek. Volgens het volksgeloof zouden aan de voet van de Litsberg de heksen uit de omgeving zich hebben verzameld om samen te dansen. De laagte werd dan ook de heksenkelder genoemd. We zijn nog maar enkele meters verwijderd van onze Groaveberg en daar aangekomen kunnen we ons voorstellen dat het volksgeloof wel meer sagen aan deze berg heeft toegedicht. Zo zouden de graven van Ghoor hun schat in de berg begraven hebben, huisden er weerwolven die, als je niet uitkeek, op je rug sprongen en zo een tijdje meeliften, en zou het er spoken. We lopen een klein stukje over het "Lange Paad", nu richting Heythuysen, en slaan rechtsaf om langs de steile oevers van de Zeilsterbeek naar de gelijknamige boerderij te wandelen.
Ook de Zeilsterhoeve, eveneens aan de rand van het Leudal gelegen, werd bezocht door kabouters. Ze konden het goed vinden met de boer en schuurden zelfs zijn zwartgeblakerde ketel helemaal schoon. We nemen de weg naar Roggel en komen langs het St. Antoniuskapelletje. In hun drang om een nieuwe maatschappij te stichtten en de oude middeleeuwse tradities en gewoontes te vermorzelen, namen de Franse revolutionairen eind 18e eeuw niet alleen de kloosters in beslag, maar probeerden zij ook de volkse uitingen van het geloof uit te roeien en braken zij o.a. kapellen af. De St. Antoniuskapel is op een wonderlijke manier door de inwoners van Roggel gered, door deze in te pakken met sjansebossen, die vroeger werden gebruikt om de oven in het bakhuisje aan te stoken. De list lukte want de Franse troepen trokken zonder vernielingen aan te richten aan de kapel voorbij. De carnavalsvereniging van Roggel dankt aan deze vindingrijke daad haar naam; de Sjansemaekers. U heeft nu de keuze om via de verharde weg terug te lopen, of bij de kapel linksaf te slaan en via veldpaadjes de weg terug te vinden naar de kerk van Roggel. Eenmaal in het centrum aangekomen zal het vast lukken om een kopje warme chocolademelk te verkrijgen.
Deze sagenwandeltocht bedraagt ongeveer 10 km
