7 apr 2021Columnswbloemers

Column: De heks van Someren door Werner Bloemers

Midden Limburg

U kent ze wel, die verhalen van vroeger, toen er nog geen internet was, toen we nog geen social media hadden, toen een verhaal werd verteld en dat dit verhaal toen ook weer wat werd aangedikt of afgevlakt. U kent het wel … of tenminste de generaties voor ons, die zich – zoals zovelen, ook ik, teveel bezighouden met hun digitale wereld en met al die wel of niet bestaande complottheorieën in het universum.

Ikzelf woon op een afstand van zo’n 4 tot 5 kilometer van De Groote Peel in Ospel. Mijn opa van vaderskant heeft er jarenlang hard gewerkt als turfsteker voor een karig loon, om op die manier zijn gezin te kunnen onderhouden. De Peel heeft voor mij dan ook een enorme aantrekkingskracht.

Deels vanwege de prachtige natuur, dat zich nu in het Nationaal Park bevindt, deels ook vanwege mijn wortels en de daarmee gaande behoefte naar verhalen uit het verleden.

Want verhalen, daar zijn we tenslotte gek op, anders worden ze niet gelezen.

Ik heb thuis nog een boek liggen over al die verhalen die zich in vroeger tijden hebben plaatsgevonden in de Peel. Dit boek heet ‘Reizen door de oude Peel’ en het zijn Peelverhalen uit honderd eeuwen. Voor mij dus werkelijk een aanrader, maar tot mijn grote spijt ben ik er mijn drukke leven nog niet aan toegekomen om dit boek plechtig en waarderend uit te lezen. De toekomst zal mij een hint geven wanneer ik mij in een positie bevind om dit volledig af te ronden.

Op een grijze dinsdagmiddag in januari van dit jaar bezocht ik mijn peettante. En zij vertelde mij een ongelooflijk verhaal, geheel in de stijl van verhalen die zich in dat boek hebben opengesteld. We schrijven de jaren ’40 van de vorige week, in de oorlogsjaren. Een zus van mijn opa van vaderskant woonde in de Brabantse plaats Someren, samen met haar gezin. Het schijnt zo te zijn dat mijn oud-tante geregeld bezoek ontving van een vrouw die over bovennatuurlijke krachten zou beschikken. Dit noemen wij dus gewoon een heks.

Als ik aan een heks denk, zie ik een oude vrouw voor me met een neus die net zo krom is als die gitarist The Edge van U2, een van de redenen waarom die zo wordt genoemd. En die oude vrouw zit dan te roeren in een ketel met allerlei vreemde goedjes erin, vliegt op bezems en heeft dus ook toverkracht.

Het is mij een raadsel waarom de ene persoon toverkracht ontbeert en de andere niet, maar goed …

Mijn oud-tante had ook een dochtertje. En dat dochtertje was even oud als mijn peettante en had dezelfde naam.  Het verhaal wil zo dat de heks in een kussen een krans maakte, wat je niet kon zien. En als de krans in dat kussen klaar was, zou het dochtertje van mijn oud-tante – mijn achternicht  – sterven. Waarom dit de wens van deze mevrouw was, weet ik niet. Maar niet lang na haar communie is mijn achternicht daadwerkelijk overleden. De krans in het kussen was immers klaar.

En je weet niet of het waar is, of dat het een verzinsel was van die oude mensen van lang geleden. Of dat zij een heel zeldzame ziekte had, waarvan men tot op de dag van vandaag het spoor bijster is. Maar het is wel een teken dat er meer is tussen hemel en aarde dan wij zouden vermoeden. En dat die verhalen helaas vaak verloren gaan door de tand des tijds.

Ik hoop u toch een ietwat andere kijk op het leven te hebben gegeven. Want de verhalen van toen zijn en blijven ook in deze tijd van onnoembaar grote waarde. Die gewoon voor altijd doorverteld moeten worden.

Werner Bloemers,

 

wbloemers