31 aug 2022ColumnsBen Ubachs

Column: Soylent Green door Ben Ubachs

Midden Limburg

Het besef dat je als twintiger in 1973 de sciencefiction film ‘Soylent Green’ hebt gezien -zich afspelend in 2022, het jaar waarin we nu leven- is een vreemde gewaarwording. Wat indertijd een denkbeeldige, verre toekomst leek, heeft je vandaag ingehaald. Gebeurtenissen vallen in een periode van 50 jaar over elkaar heen en je ondergaat ze zonder erbij stil te staan. Ontwikkelingen gaan in razend tempo verder en uiteindelijk lijken we figuranten uit het SF-script van 1973.  

De mallemolen waarin we de laatste maanden verzeild zijn geraakt, deed me denken aan het scenario van Soylent Green. Deze film baarde in de zeventiger jaren van de vorige eeuw nogal wat opzien vanwege het akelige toekomstbeeld dat hij van onze samenleving, notabene in het huidige jaar 2022, schetste. In dat scenario is een leefbare aarde iets uit het verleden, waarnaar nog slechts een utopisch verlangen bestaat. Overbevolking en klimaatverandering hebben schaarste aan voedsel en fossiele brandstoffen veroorzaakt. Door extreme prijzen kan het gros van de bevolking niet meer rondkomen; het leven waaraan men gewend was, is nog slechts bereikbaar voor een hele smalle bovenlaag.  Bijna iedereen wordt in leven gehouden door het eten van fabrieksmatig geproduceerd, voedsel: ‘Soylent Green’. Waar dit Soylent Green vandaan komt, ga ik niet verklappen, maar neem van me aan dat je er niet vrolijk van wordt.

Zonder te willen overgaan tot doemdenken ontkom je er niet aan dat enkele parameters uit deze zwartgallige film, 50 jaar geleden uitgegeven, overeenstemming vertonen met het voorspelde jaar 2022. Actueler kunnen we het dus niet maken. Nu is een film, en zeker een sciencefiction film, natuurlijk volledig ontsproten aan de fantasie van de scriptschrijvers, en zo heet als de soep wordt opgediend, wordt ze nooit gegeten. De richting die deze, een halve eeuw oude, film niettemin aanduidt, geeft een knagend onderbuikgevoel en maakt onrustig in onze onzekere tijd.  

Gierende inflatie met voedselprijzen die de pan uitrijzen, de prijs van gas die uit het dak gaat, en grote groepen mensen voor wie een betaalbare eigen woning of huurwoning onbereikbaar blijkt. Dat vormt een steeds grotere zorg.

Het is de vraag of onze overheid bij machte is voldoende en juiste sturing te geven en kan voorkomen dat zaken uit de hand gaan lopen. Het idee dat consumeren vrijwillig en gladjes zal veranderen in consuminderen is een ijdele hoop. Mensen zijn anders geprogrammeerd. We zijn door de jaren heen behoorlijk verwend geraakt en laten ons niks afpakken. Ook met de afgrond in zicht is lemmingengedrag ons niet vreemd.

De hele stikstofdiscussie is daarvan een mooi voorbeeld. Vooropgesteld dat ik er geen snars verstand van heb, weet ik toch één ding zeker: oeverloos debatteren en met de vinger naar elkaar wijzen lost het probleem niet op. Om maar te zwijgen van ontwrichtende en gevaarlijke acties die onze maatschappij lam leggen. Ons gelijk halen we in dit land met steekhoudende argumenten, gedragen door een democratische meerderheid. In dat opzicht leven we gelukkig in een wereld waarin iedereen een vrije stem heeft en een eigen mening mag hebben. Boeren, burgers en buitenlui mogen zeggen wat hen dwars zit zonder daarbij de ander te overschreeuwen of een dictaat op te leggen. Het is hier geen corrupte samenleving zoals in ‘Soylent Green’;  zo’n grauwe leefwereld moeten we vér van ons houden.  Idiote complottheorieën die anders suggereren horen thuis in de Fabeltjeskrant.

Toen ‘Soylent Green’ uitkwam, stond de Fabeltjeskrant trouwens volop in de belangstelling. Meneer de Uil stond bij elke ouder in hoog aanzien en was geliefd want hij bood houvast, en niet alleen aan de kindertjes. Hoe geruststellend klonk niet zijn “Oogjes dicht, en snaveltjes toe?” De tijd lijkt rijp dat we allemaal weer eens de snaveltjes een poosje toe gaan doen.

Ben Ubachs

Ben Ubachs werd geboren in Maastricht. Hij was journalist, ondernemer en is nu freelance schrijver. Sinds 2013 woont hij in Baexem. Daar kijkt hij met af en toe gefronste wenkbrauwen om zich heen. Mild en humorvol, af en toe ook wat scherper, legt hij in HALLO Magazine zijn indrukken vast en houdt de lezers een spiegel voor. Feiten en fictie vullen elkaar daarbij naadloos aan.