27 mei 2022VerhalenJohn Hölsgens

Terug naar de tennisbaan en oppositiezetels

Gemeente Leudal

Bij het afscheid van drie wethouders

Ze maakten alle drie als wethouder deel uit van de eerste coalitie die in Leudal, sinds de oprichting van de fusiegemeente in 2007, de volle vier jaar uitzat. De huidige wisseling van de wacht betekent voor Piet Verlinden (70), Mart Janssen (62) en Stan Backus (50) echter het einde van die functie, om uiteenlopende redenen. In een gesprek met de heren kijken we niettemin zeker ook vooruit.


Verlinden had bij aanvang van de bijna afgelopen zittingsperiode al aangeven dat dit voor hem het ‘laatste kunstje’ zou zijn. De uit Grathem afkomstige wethouder, die economische ontwikkelingen, financiën en milieu in zijn portefeuille heeft, vindt dat het tijd is voor een jongere generatie. Voor Janssen uit Roggel (sociaal domein, welzijn, gezondheid) en Backus uit Heythuysen (verkeer en vervoer, sport, recreatie en toerisme, gemeentelijke accommodaties, personeel en organisatie, algemeen subsidiebeleid) pakte de formatie na de verkiezingen niet goed uit. Hun partij Ronduit Open viel buiten de nieuwe coalitie.

Verhouding
(In)formateur Michel Graef vond in het CDA een blijkbaar passender partner voor zijn partij Samen Verder, binnen een coalitie met D66. Exit voor Janssen en Backus als wethouder, die overigens wel aanblijven als gemeenteraadslid in de komende periode. Ronduit Open bleef na de verkiezingen de tweede partij van Leudal met zes zetels, achter Samen Verder  dat opnieuw een zetel meer haalde.

Maar de verhouding tussen beide lokale partijen was in de afgelopen maanden, niet voor het eerst in de gemeentelijke historie overigens, lichtelijk verstoord geraakt.

Zo begon ook Verlinden in 1994 nog als raadslid voor Ronduit Open. Vervolgens werd hij in 2002 wethouder in de toenmalige gemeente Heythuysen om vanaf 2007 die taak op zich te nemen binnen de fusiegemeente Leudal. Rondom de aanbestedingsplannen voor een nieuw gemeentehuis ontstond een conflict dat uiteindelijk uitliep in een vertrek, waarna Verlinden zich in 2010 aansloot bij Samen Verder.


Enerverende tijd
‘Het ging vooral over de architectkeuze’ herinnert Verlinden zich anno 2022. ‘Nog los van het feit dat Ronduit Open zich afvroeg of zo’n nieuwe gemeentehuis nu eigenlijk wel nodig was. Het was in ieder geval een enerverende tijd, absoluut. Nadat ik mijn periode als, noem het maar ‘neutraal wethouder’, had afgemaakt wilde ik na Ronduit Open niet op eigen titel verder. En of de verschillen tussen Ronduit Open en Samen Verder nu zo heel groot zijn betwijfel ik. Goed, ze zijn wat meer activistisch, wat stelliger misschien. Linkser? Dat moet Mart maar zeggen...’

‘Tja, komende vanuit een PvdA achtergrond voel ik me in ieder geval wel thuis bij Ronduit Open’ bevestigt Janssen. Ook het ombudswerk zou je in die zin als typerend kunnen omschrijven voor mijn partij. Of het pijn doet dat we nu buiten de coalitie vallen? Het is jammer, maar ik zag het wel aankomen. Dus enorm verrast was ik nu ook weer niet.’


Lieverkoekjes
Opvallend misschien, omdat partijgenoot Backus zich wél zo uitliet in de media na het door de formateur gekozen pad. Natuurlijk had ook hij vooraf wel signalen opgevangen. ‘Maar misschien ben ik wel te zeer een optimist’, zo verklaart de jongste van het triumviraat zijn teleurstelling. ‘Gezien de verkiezingsuitslag vond ik wel dat wij een échte kans verdienden om aan de coalitie deel te nemen. Mijn interpretatie daarvan is, dat de optie die de kiezers voor ogen hadden niet voldoende is onderzocht.’

Lieverkoekjes worden in de politiek echter niet gebakken. De mannen lopen alle drie lang genoeg mee in die wereld om dat te weten.

Zo werd het Samen Verder van Piet Verlinden in 2010 als grootste partij buiten de coalitie gehouden, weet hij nog. Ons democratisch stelsel is nu eenmaal gebouwd op een meerderheidsprincipe, niet op een macht van de grootste. En maar goed ook, want zo wordt het algemene belang immers het beste gediend.


Dienstbaar
Politici krijgen ook vaak kritiek over zich heen. Deels is dat inherent aan een openbare functie, deels zorgt polarisatie (bijvoorbeeld op social media) en een gebrek aan inzicht bij het grote publiek soms voor vervelende excessen. De bijna voormalig wethouders kunnen er allen voorbeelden van noemen. Terwijl zij wel hun verantwoordelijkheid namen en nemen. Zij kozen ervoor om zich, net als ambtenaren en andere medewerkers van de gemeentelijke organisatie, dienstbaar op te stellen voor de lokale samenleving. Dat je dan kritiek krijgt hoort er ook bij, geeft ook Backus aan. Je moet wel tegen een stootje kunnen. Maar de publieke veroordeling is helaas soms grensoverschrijdend.


Goed gevoel
Waar Verlinden binnenkort meer tijd zal krijgen voor familie en een potje tennis, nemen de ander twee bestuurders niettemin vol goede moed plaats in de oppositiezetels. Backus kan - gezien zijn leeftijd - nog wel uitkijken naar nieuwe kansen, over maximaal vier jaar. Voor Janssen is dat anders. Maar hij kijkt vooral in tevredenheid om naar wat op sociaal gebied gerealiseerd is: de samenwerking met Weert en Nederweert en de ontwikkeling van het MensOntwikkelBedrijf, om mensen vanuit een uitkeringssituatie naar werk te begeleiden bijvoorbeeld. Maar ook de contacten met Vluchtelingenwerk, de nieuwe Repaircafés en de toegenomen aandacht voor dementie geven hem een goed gevoel. ‘Ik weet dat we in Leudal nog steeds een goed sociaal vangnet hebben, met organisaties die keihard werken aan het oplossen van problemen van onze jeugd en waar ouders mee zitten. Mijn wens voor Leudal is dat daar blijvende prioriteit aan wordt gegeven. Ik blijf me daar vanuit de raad ook voor inzetten.’


Niet klaar
Backus vindt ook het raadslid zijn een mooie functie. ‘Zo ben ik acht jaar geleden in de politiek gestapt. Je bent op de eerste plaats volksvertegenwoordiger. En ja, soms kom daaruit voort dat je wethouder mag worden. Maar ik kijk er nu alweer naar uit om de belangen van onze kiezers te dienen in die andere rol. Mocht het echter zo lopen dat ik op enig moment een nieuwe kans krijg, dan zal ik die zeker grijpen. Ik ben nog lang niet klaar in Leudal, wil ik maar zeggen. Daarvoor heb ik ook te veel waardering gekregen de afgelopen periode. Want dat gaf mij altijd de meeste voldoening: de erkenning van de mensen voor wie je dit doet.

Er is bovendien ook veel bereikt vanuit het besef van inwoners en verenigingen dat een gemeente niet werkt volgens een principe van ‘u vraagt, wij draaien’, maar dat we er wél altijd zijn voor ondersteuning.

Dat kan financieel zijn of door het stellen van kaders. Maar door dat inzicht vanuit de gemeenschap heb ik zeker heel mooie zaken zien ontstaan de afgelopen periode.’


Leudalgevoel
Bestaat er, vijftien jaar na het ontstaan van de nieuwe gemeente, eigenlijk zoiets als een ‘Leudalgevoel’? Verlinden: ‘Ieder dorp houdt toch een eigen identiteit. Dat is ook wel gebleken. Maar hoe zou het geweest zijn als we het allemaal bij het oude hadden gelaten? Dat was qua organisatie en schaalgrootte niet te doen geweest.’


‘Bovendien: is het in Maasgouw of Roermond anders?’ vult Janssen aan. ‘Maar bij een evenement als het Europees Schutterstreffen zie je dan toch wel degelijk een ‘wij-gevoel’ ontstaan.’ Backus is het daar helemaal mee eens: ‘Er zijn best wat pogingen gedaan om uit te stralen dat we één geheel zijn. En bestuurlijk en ambtelijk zijn we dat ook. Maar het blijft een samenvoeging van losse entiteiten.

Dat hoeft helemaal geen probleem te zijn, kijk maar naar Europa. Je bent Europeaan, maar je blijft ook Nederlander.

Zo ressorteer je onder Leudal, maar je kunt je gewoon Heythuysenaar, Grathemmer of Roggelnaar blijven voelen. Kernoverstijgend kunnen we dan samen nog altijd veel bereiken.’